dinsdag 24 april 2012

Stadswinkel


Voor de mensen onder ons waarvan het gemoed nog niet bewolkt genoeg is door de dit jaar wel erg vroeg ingetreden herfst, ik heb een plek gevonden waar de wereld nog net iets donkerder lijkt dan hij al is. Deze plek is onder burgers beter bekend als de stadswinkel. Een oord waar hoop in het leven ver te zoeken is, waar je zonder afspraak (zonder afspraak, zonder afspraak, hoezee!) terecht kunt tussen 8 en 11 uur ’s ochtends. Een afspraak maken kan alleen ’s middags, en wie wil er nou kostbare middagtijd spenderen in deze plek? Het donkerste van de dag kun je maar beter achter je laten in de ochtend, want wie weet schijnt ’s middags onverhoopt achteneneenhalve minuut de zon.

Natuurlijk overdrijf ik marginaal. De stadswinkel is een plaats waar je zo kan binnenlopen, tegen iemand mag vertellen wat je daar denkt te komen doen. Een plaats waar je een nummertje krijgt en vervolgens enige tijd moet wachten. Wachten om met een medewerker over geplande taken te converseren om vervolgens niet onverrichter zake huiswaarts te keren. Het concept is helder. En ze nemen het serieus in de stadswinkel. Een nette jongeman gekleed in een gilet en een blouse zo stralend wit dat een ijsbeer er jaloers van zou worden (overigens, waarom zijn ijsberen nooit écht wit?) observeert de ruimte, voorziet geen moeilijkheden, neemt plaats achter zijn desk en drukt op een knop. Een volgend nummer verschijnt op een scherm, B175, ophalen reisproduct.

Ik kijk op mijn kaartje, B176, en vraag me af hoe ze zo snel het gat tussen B143 en B175 hebben kunnen dichten. Ik zie een hoogzwangere vrouw plaatsnemen op de overigens veel te kleine krukjes voor de desk. Nogmaals, ik overdrijf dus marginaal, ze houden zelfs rekening met zwangere vrouwen, de stadswinkel krijgt zowaar een menselijk gezicht. De volgende oproep luidt B144, ik zit hier dus nog wel even. Na de oproep verschijnt op het scherm de boodschap “Als wij als stadswinkel niet aan onze beloften voldoen, ontvangt u van ons een excuus”. Want daar heb je dan wat aan, een excuus. Burgers anno 2012 laten zich blijkbaar afkopen met excuses. Enfin, het wordt goed bedoeld, ik kijk rond me en schat in dat ik de enige persoon in de ruimte ben die stilstaat bij deze mededeling. Daarnaast, de boodschap is al lang weer verdwenen, op het scherm komen nu lokale nieuwsheadlines voorbij. ‘Kunstmatige inseminatie olifant’, Brabant beleeft weer een heugelijke dag.

De reden waarom de stadswinkel zo’n desolate, mistroostige plek is, is het feit dat er voornamelijk bejaarden in de wachtkamer aanwezig zijn. Achter mij in de rij voor het loket staat een oud vrouwtje zich hardop murmelend af te vragen waar ze moet zijn. Voor de duidelijkheid; er is één rij, één loket. Ze besluit eerst een andere kant van de ruimte nader te onderzoeken, om vervolgens naar een andere desk te lopen, waar ze netjes terug wordt verwezen naar de rij. Ik hoor haar mopperen over dat ze “van het kastje naar de muur gestuurd wordt”. Er hadden natuurlijk geen kastjes en muren bezocht hoeven worden mits ze gewoon in de duidelijk aangegeven rij had plaatsgenomen. Ze krijgt al snel bijval van meer ouderen. Er wordt in een mum van tijd een klaagmuur opgetrokken waar medewerkers van het klachtenmeldpunt van de Nederlandse Spoorwegen geen brood van zouden lusten, en die zijn toch echt heel wat gewend. Alle denkbare clichés komen voorbij: “vroeger was alles beter”, “deze onduidelijkheid kun je bejaarden niet aandoen”, en meer van dit soort fossiel gezwam.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb niks tegen bejaarden. Ik heb zelf natuurlijk ook een opa en oma, lieve mensen, absoluut geen zeurkousen. Hoewel ik misschien enigszins vooringenomen ben, dat geef ik schoorvoetend toe. Ik geloof trouwens oprecht dat iedere zoon of dochter en alle kleinkinderen een bepaald gen hebben. Een speciaal gen dat er voor zorgt dat zaken waaraan we ons ergeren bij gemiddelde bejaarden niet zichtbaar zijn bij eigen ouders en grootouders. Maar dit terzijde. Ik begrijp oprecht niet waarom bejaarden die de hele dag niks te doen hebben niet gewoon ’s middags een afspraak maken zodat ze niet hoeven te wachten. Immers, dan hoeven ze ook niet zo ontzettend te zeiken over het desbetreffende wachten. Hoewel, niks te doen? Waarschijnlijk moet er ’s middags nog een krant naar een buurvrouw worden gebracht, en is het lastig om daarna op tijd klaar te zitten voor Lingo. Stel je voor dat die buurvrouw moet missen dat er een olifant kunstmatig geïnsemineerd is, dat is natuurlijk volstrekt ondenkbaar. Als ik al even zit te wachten zie ik een oud vrouwtje de wachtruimte in schuifelen. Ze is niet slecht ter been, maar ze bedankt me toch vriendelijk als ik haar mijn zitplaats aanbied. Ik zie de bui al hangen op deze toch al wisselvallige dag, dat het grijze gepeupel ook nog gaat lopen emmeren over de weinig attente jeugd van tegenwoordig. Geen dank mevrouw, maar ik ga de sterk vertegenwoordigde kolonie bejaarden natuurlijk geen nieuwe reden tot klagen verstrekken.


maandag 23 april 2012

Vrijgezellenweekend

Nee, liefje
Waar zie je me voor aan
Ik wed om honderd euro
dat ik niet ga gokken
in Las Vegas.

De Nacht (gedicht)

Elke dag vergezel ik je,
maar slechts in de donkere uren
Mijn liefde verblindt je,
Dat kan wel een halve dag duren

Zwart en abstract
Zonder licht, ontneem ik je zicht
Visueel verzwakt
Puur auditief, heb ik je lief

Ik breng je in de war,
Je sensorisch register op tilt
Misschien maak ik je onrustig,
Terwijl normaal alles in mij verstilt

Fris en guur,
In de kou, hou ik van jou
Mooi en puur,
Zo stil, jij bent wat ik wil

Zonder acht te slaan op je gebrek aan zicht
Speel ik met je gehoor
Geleidelijk zie je mijn ware gezicht
Langzaam dring ik tot je door

Je voelt me waar je me wilt voelen
Je voelt me waar je me verwacht
Je kent mijn donkere verlangens al langer
Je kent me als de nacht

To blog or not to blog

To blog or not to blog; uiteindelijk ben ik overstag, ik ga bloggen. Onder het mom van 'ik blog dus ik besta' deel ik vanaf vandaag op zeer onregelmatige wijze (ik verplicht mezelf vooralsnog niks dus rep niet over termen als 'dagelijks' of 'wekelijks') flarden tekst met jullie. Flarden tekst zoals columns of gedichten. Ik hoop dat jullie het leuk vinden om over mijn schouder mee te lezen.

- Tim