Voor de mensen onder ons waarvan het gemoed
nog niet bewolkt genoeg is door de dit jaar wel erg vroeg ingetreden herfst, ik
heb een plek gevonden waar de wereld nog net iets donkerder lijkt dan hij al
is. Deze plek is onder burgers beter bekend als de stadswinkel. Een oord waar
hoop in het leven ver te zoeken is, waar je zonder afspraak (zonder afspraak,
zonder afspraak, hoezee!) terecht kunt tussen 8 en 11 uur ’s ochtends. Een
afspraak maken kan alleen ’s middags, en wie wil er nou kostbare middagtijd
spenderen in deze plek? Het donkerste van de dag kun je maar beter achter je
laten in de ochtend, want wie weet schijnt ’s middags onverhoopt
achteneneenhalve minuut de zon.
Natuurlijk overdrijf ik marginaal. De
stadswinkel is een plaats waar je zo kan binnenlopen, tegen iemand mag
vertellen wat je daar denkt te komen doen. Een plaats waar je een nummertje
krijgt en vervolgens enige tijd moet wachten. Wachten om met een medewerker
over geplande taken te converseren om vervolgens niet onverrichter zake
huiswaarts te keren. Het concept is helder. En ze nemen het serieus in de
stadswinkel. Een nette jongeman gekleed in een gilet en een blouse zo stralend
wit dat een ijsbeer er jaloers van zou worden (overigens, waarom zijn ijsberen
nooit écht wit?) observeert de ruimte, voorziet geen moeilijkheden, neemt
plaats achter zijn desk en drukt op een knop. Een volgend nummer verschijnt op
een scherm, B175, ophalen reisproduct.
Ik kijk op mijn kaartje, B176, en vraag me af
hoe ze zo snel het gat tussen B143 en B175 hebben kunnen dichten. Ik zie een
hoogzwangere vrouw plaatsnemen op de overigens veel te kleine krukjes voor de
desk. Nogmaals, ik overdrijf dus marginaal, ze houden zelfs rekening met
zwangere vrouwen, de stadswinkel krijgt zowaar een menselijk gezicht. De
volgende oproep luidt B144, ik zit hier dus nog wel even. Na de oproep
verschijnt op het scherm de boodschap “Als wij als stadswinkel niet aan onze
beloften voldoen, ontvangt u van ons een excuus”. Want daar heb je dan wat aan,
een excuus. Burgers anno 2012 laten zich blijkbaar afkopen met excuses. Enfin,
het wordt goed bedoeld, ik kijk rond me en schat in dat ik de enige persoon in
de ruimte ben die stilstaat bij deze mededeling. Daarnaast, de boodschap is al
lang weer verdwenen, op het scherm komen nu lokale nieuwsheadlines voorbij.
‘Kunstmatige inseminatie olifant’, Brabant beleeft weer een heugelijke dag.
De reden waarom de stadswinkel zo’n desolate,
mistroostige plek is, is het feit dat er voornamelijk bejaarden in de
wachtkamer aanwezig zijn. Achter mij in de rij voor het loket staat een oud
vrouwtje zich hardop murmelend af te vragen waar ze moet zijn. Voor de
duidelijkheid; er is één rij, één loket. Ze besluit eerst een andere kant van
de ruimte nader te onderzoeken, om vervolgens naar een andere desk te lopen,
waar ze netjes terug wordt verwezen naar de rij. Ik hoor haar mopperen over dat
ze “van het kastje naar de muur gestuurd wordt”. Er hadden natuurlijk geen
kastjes en muren bezocht hoeven worden mits ze gewoon in de duidelijk
aangegeven rij had plaatsgenomen. Ze krijgt al snel bijval van meer ouderen. Er
wordt in een mum van tijd een klaagmuur opgetrokken waar medewerkers van het
klachtenmeldpunt van de Nederlandse Spoorwegen geen brood van zouden lusten, en
die zijn toch echt heel wat gewend. Alle denkbare clichés komen voorbij:
“vroeger was alles beter”, “deze onduidelijkheid kun je bejaarden niet
aandoen”, en meer van dit soort fossiel gezwam.
Begrijp me niet verkeerd, ik heb niks tegen
bejaarden. Ik heb zelf natuurlijk ook een opa en oma, lieve mensen, absoluut
geen zeurkousen. Hoewel ik misschien enigszins vooringenomen ben, dat geef ik
schoorvoetend toe. Ik geloof trouwens oprecht dat iedere zoon of dochter en
alle kleinkinderen een bepaald gen hebben. Een speciaal gen dat er voor zorgt
dat zaken waaraan we ons ergeren bij gemiddelde bejaarden niet zichtbaar zijn
bij eigen ouders en grootouders. Maar dit terzijde. Ik begrijp oprecht niet
waarom bejaarden die de hele dag niks te doen hebben niet gewoon ’s middags een
afspraak maken zodat ze niet hoeven te wachten. Immers, dan hoeven ze ook niet
zo ontzettend te zeiken over het desbetreffende wachten. Hoewel, niks te doen?
Waarschijnlijk moet er ’s middags nog een krant naar een buurvrouw worden
gebracht, en is het lastig om daarna op tijd klaar te zitten voor Lingo. Stel
je voor dat die buurvrouw moet missen dat er een olifant kunstmatig
geïnsemineerd is, dat is natuurlijk volstrekt ondenkbaar. Als ik al even zit te
wachten zie ik een oud vrouwtje de wachtruimte in schuifelen. Ze is niet slecht
ter been, maar ze bedankt me toch vriendelijk als ik haar mijn zitplaats
aanbied. Ik zie de bui al hangen op deze toch al wisselvallige dag, dat het
grijze gepeupel ook nog gaat lopen emmeren over de weinig attente jeugd van
tegenwoordig. Geen dank mevrouw, maar ik ga de sterk vertegenwoordigde kolonie
bejaarden natuurlijk geen nieuwe reden tot klagen verstrekken.