maandag 31 december 2012

Van Twaalf naar Dertien


Twaalf, daar was je, ik heb je geleefd,
sluipend bekropen, luchtig bezweefd

ik heb je mogen leren kennen, ik heb van je genoten
mijn ogen uitgekeken, maar soms heb ik ze ook gesloten

soms verliep je voorspoedig, zoals ik van je had verwacht
toch heb ik je bij tijd en wijle zowel bemind als veracht

Twaalf, je was onvoorspelbaar, een jaar zonder plan
een jaar vol veranderingen, maar vooral een jaar van

vallen en opstaan, klimmen maar ook dalen
tranen en lachen, slagen maar ook falen

Twaalf, daar was je, maar nu moet je gaan
in je aftocht, dient Dertien zich reeds aan

woensdag 5 december 2012

Pakjesavond


Lieve kleine Timmie,

Mama zit al een tijdje te speculeren,
wat ze zoonlief op pakjesavond zal doneren
Mama is dus een beetje chagrijnig omdat ze hier al weken,
zuchtend en foeterend, haar hoofd op loopt te breken

Het valt ook niet mee, ik weet niet eens wat je graag zou krijgen,
als ik het aan je vraag, verval je in een langdurig stilzwijgen
En dan de opmerking; Sint weet het al, het staat in zijn boek,
daarom weiger je het mij te vertellen, ook al dreig ik met billenkoek

Ja, kleine Timmie, je bent een pienter ventje, raar maar waar
vaak erg scherp, slim, maar voornamelijk onuitstaanbaar
Hardop denkend, gevat, brutaal, voor geen vraag te laf
sinds je de woorden ‘hoezo’ en ‘waarom’ kent, ziet mama af

En denk maar niet dat papa me helpt, om de last wat te spreiden
‘Papa?’ hoor ik je denken, maar dat is de man die het vlees komt snijden

Je zou zeggen dat je aan een man wat hebt,
zeker in het hectische december, in deze drukke tijden
Pas als papa zeker weet dat hij niet hoeft te koken,
maakt hij aanstalten om van werk naar huis te rijden

Enfin, mama regelt het wel alleen, ik bestel je kado op bol.com
Brengen ze het de volgende dag tussen 10 en 5, jezus wat dom

Alsof een huismoeder hele dagen niets om handen heeft,
kan ik de godganse dag thuis blijven om op je kado te wachten
En na een hele dag te luisteren naar je gezwam en gevraag,
krijgt mama hoofdpijn, en begin ik je oprecht te verachten

En mama weet ook wel, je kunt je bestelling ook ophalen bij Albert Heijn,
dan moet ik je meenemen, en door je gevraag is dat helemaal niet fijn
‘Nee, klein dikkerdje, geen chocoladeletter, je hebt er al drie op,
en je krijgt ook geen pepernoten meer, hou nou eens je kop’

Uiteindelijk heb je je kado op schoot, begin je op het papier in te hakken,
start je met hysterisch lachen, en je kwijlt van genot
En als je ook maar durft op te merken dat Zwarte Piet niet kan inpakken,
dan maakt mama je gegarandeerd helemaal kapot.

zondag 2 december 2012

Decembernacht



Gehaast lopen we door de vederlicht neerdartelende sneeuw. Zelfs deze weersomstandigheden maken onze situatie niet ijziger. Na een ijskoude woordenwisseling, werden we ons plotseling bewust van de onverbiddelijke treintijden, en nu lopen we hier, in de kou. De frisse nachtwandeling naar het treinstation voelt bijna als een verademing.

Woorden blijven achterwege. We lopen beiden met onze hoofden neerwaarts, terwijl we onze voeten en de gladde straat intensief bestuderen, opdat we niet uitglijden. Het bewijs dat we leven en ademen zijn onze ademwolkjes, die zich vormen in de ijle lucht, geleidelijk met elkaar versmelten, en langzaam vervliegen, in het donker van de nacht.

Aangekomen op het station neem ik onbewust het omroepbericht in mijn hoofd op, waar het onderheven aan vele gedachten, hele andere vormen aanneemt.

“Geachte reizigers, let u op; de stoptrein van tweeëntwintig uur drieëntwintig vertrekt zo direct, en zal uw geliefde ondanks een onuitgesproken conflict, gewoon meenemen. Een volgende mogelijkheid voor een goed gesprek zal zich pas voordoen over twee dagen. Excuses voor het ongemak.”

Je kijkt me vanuit de treindeur aan, met je betraande ogen. Mijn gedachten dwalen af. Ik vraag me af hoe lang je hier kunt staan in de kou totdat je tranen bevriezen, en wat je vervolgens het beste kan doen om ze te ontdooien. Ik denk aan hoe ik tien jaar terug in Disneyland Parijs mijn lippen openscheurde nadat ze waren vastgevrorenaan een wel erg diep bevroren waterijsje. Het is bewonderenswaardig naar wat voor gedachten je kan afglijden, in de ernst van een moment.

Een deur van het treinstel verder staat een ander jong stel. Hij tilt haar liefkozend nog een laatste keer op voordat hij haar toevertrouwt aan de grote gele rups, die haar door de donkere nacht veilig thuis zal brengen. Zij beantwoordt hem, door hem een laatste keer om de nek te vliegen. Ik kan deze misplaatste vrolijkheid missen als kiespijn. Ik benijd ze, maar ik kan ze wel schieten. Ik veracht ze, maar ik vergeef ze de liefde. Dan zie ik dat je ook kijkt, en dat je hetzelfde denkt wat ik denk: waar is de dag gebleven dat wij daar zo stonden? Snel denk ik terug aan Disneyland en houd ik mijn tranen in.

Op de terugweg van het station merk ik in de sneeuw de voetsporen van het andere stel op. Haar stappen, breed en plomp, want zo drukken Uggs zich nou eenmaal af in de sneeuw, en zijn stappen, de zool van een bekend gymschoenenmerk. De sporen zijn door elkaar verweven, de verschillende voetstappen dartelen door elkaar. Het is bijna alsof het hier een enkel spoor betreft, een spoor van een viervoetig wezen dat uit haast voor het halen van de trein, per ongeluk twee verschillende soorten schoenen uit de kast heeft getrokken. Wat verderop zie ik onze sporen. Met een pijnlijke steek van jaloezie constateer ik dat de afstand tussen onze sporen te groot is. Althans, te groot voor de geliefden die we horen te zijn. Na een snik in de stille nacht, hoop ik dat ik thuis ben voor mijn tranen bevriezen.