Het is weer eens zover, binnen nu en minder
dan een week mag stemgerechtigd Nederland zich weer eens naar de stembus
begeven. Een stukje folklore ontstaan in het laatste decennium, wat we wat mij
betreft moeten koesteren. Ondertussen gaat ons koude kikkervolkje namelijk
bijna vaker stemmen dan dat we Sinterklaas vieren. Hoewel kabinetten vroeger
regelmatig de ambtstermijn volmaakten, lijkt dat nu, tegenstrijdig genoeg, een
utopie. Maar gemijmer over dat vroeger alles beter was, is wat mij betreft niet
op zijn plaats.
Bijna elk jaar stemmen voor de Tweede Kamer,
het heeft wel wat. Je komt gemoedelijk in contact met alle lagen van de
bevolking bij het stemlokaal. En bovendien, het verschaft de graag-klagende
goegemeente weer een onderwerp waar we wekenlang over kunnen zaniken en
discussiëren. Een soort van nationaal gemeengoed in de categorie klaagvoer,
naast het eeuwige gezeur over de Nederlandse Spoorwegen en het belabberd
presterende Oranje. Dat tegenwoordig politiek op de televisie beschouwd wordt
in een gelijksoortige setting als Neerlands’ meest populaire voetbalprogramma,
dat zegt genoeg. Wel jammer dat we het daarbij moeten doen met Rick Nieman en
Bart Chabot. Ik had liever de heren Derksen en Gijp gehoord over het jokken van
Rutte en Van der Staaij’s perceptie van de vruchtbaarheid van vrouwen na
verkrachting. “Dus Keessie zegt dat ik niet met m’n handjes in m’n haartjes
moet gaan zitten als ik weer eens niet van de wijfjes heb kunnen afblijven? Dat
ken ie toch niet menen, pik? Nee, toch? Nee, dat ken ie niet menen, hoor. Ik
kan me ook niet voorstellen dat z’n vrouw dit soort uitspraken pikt, hoor. Kan
Keessie het lekker buiten de deur gaan zoeken. Maar dat maakt toch niet uit,
want bij een verkrachting krijgt ie zo’n wijffie toch niet bevrucht, onze
Keessie.”
Maar dit jaar komen we op een heikel punt, als
het over onze nieuw verworven traditie gaat. Ons nieuwe doel om minstens om de
twee jaar aan de slag te gaan met rode potloodjes. Deze keer weten we het
namelijk écht niet. We weten het gewoonweg niet. En daarmee voldoet ons nieuwe
favoriete onderwerp voor tijdens de koffie niet langer aan de voorwaarde die
een onderwerp nodig heeft om het favoriete jammer-thema van De Natie te zijn.
Het zit zo. We weten allemaal wat er niet deugt aan de NS. Het is netjes gezegd
van de wc getrokken dat een trein niet kan rijden als er blaadjes op het spoor
liggen, en dat één wisselstoring een land lam kan leggen is al helemaal, juist,
van de pot gerukt. Oranje, idem dito. Zestien miljoen bondcoaches weten dat je
Robben er niet uit moet halen voor fucking Paul Bosvelt. Om gegrond over iets
te kunnen kankeren, moeten we weten waarover we het hebben. En dat is nu even
niet het geval.
En dat is helemaal niet gek. Politici weten
het zelf ook niet zo goed. Partijen aan zowel de linkerkant als de rechterkant
van het spectrum hebben nog nooit zo dicht bij elkaar gelegen. En toch moet je
dan stemmen zien te ronselen, als partij. Bestaat zodoende je campagne uit
krampachtig op zoek gaan naar verschillen tussen jouw partij en de andere
partij. En dan ontstaat er een prachtige poppenkast. Kale Klaas Vaak Diederik
Samsom die de strijd aangaat met de korte, gedrongen, Marxistische versie van
Dahl’s Grote Vriendelijke Reus. Totdat de grote gemenerik met de peroxidepruik
zijn opwachting maakt. Stiekem gluurt hij om de hoek. De toegestroomde
toeschouwers op het plein in Den Haag schreeuwen het uit. “Kijk uit, Diederik
en Emiel, daar in de hoek!” De rode voormannen wenden zich quasi verbaasd tot
het publiek. “Wat zeggen jullie, kinderen? Hebben jullie gemene, geniepige
Geertje gezien? Waar is hij dan?”
We weten het niet. We weten het gewoon écht
niet. Een Natie in verwarring. Maar wie verzint dan ook verkiezingen in
september? Als ik op straat rond kijk, valt me op dat we sowieso al in de war
zijn. Het komt door het jaargetijde, door het weer. Ik zie mannen met
winterjassen, dames met hoge, herfstachtige laarzen, kerels met slippers,
meisjes met korte rokjes, jongens met shawls, dames met bontkraagjes. We zijn
volledig van slag. ’s Ochtends hebben we het fris, ’s middags zweten we ons
kapot, om vervolgens ’s avonds weer rillend van de kou naar huis te fietsen.
Bij het ochtendgloren stemmen we links, bij het middagzonnetje kiezen we voor
rechts, en als we ’s avonds na de boerenkool met worst (want de R zit weer in
de maand) liggen uit te buiken op de bank, gaan we weer voor een progressief
midden. We weten het niet, en het ligt aan het weer. Stemmen op de partij die
iets met het klimaatprobleem wil doen dus. Gelukkig hebben we het alleen maar
over Europa. Hoe die Grieken onze centjes misbruiken. Daar hebben ze geen last
van het weer. Daar is het elke dag zweten alom. Oh, en souvlaki vreten
natuurlijk. Op onze kosten.
Er zijn ook mensen die met dingen komen die
handig inspelen op het feit dat we het met zijn allen niet weten. Deze week
gezien in De Wereld Draait Door; een jongen die een applicatie heeft ontwikkeld
die er voor zorgt dat je strategisch kunt stemmen. Vertel, vertel, hoe werkt
dat dan? Nou, stel je voor, dat je met tien vrienden bespreekt welke coalitie
jullie samen willen. Bijvoorbeeld, wil je Paars, stemmen er dus vier op de VVD,
vier op PvdA, en twee op D66. Die app werkt net zo; je voert in wat voor
coalitie je graag wilt, en de applicatie zorgt ervoor dat mensen die ook
allemaal dezelfde coalitie willen, samen met jou, de juiste stem uitbrengen.
Krijg je dus op twaalf september een bericht waarin verteld wordt op welke
partij je moet gaan stemmen om jouw coalitie te bewerkstelligen. Leuke jongen
ook wel, de ontwikkelaar van die app. Duidelijk grachtengordel, oud geld,
halflange haartjes, mooi overhemdje. Echt een ondernemertje. Stuurt ons op
twaalf september allemaal een SMS dat we op de VVD moeten gaan stemmen en lacht
zijn lul uit zijn broek.
Laten we ons dan troosten met het feit dat
september ook altijd de start is van een nieuw televisieseizoen. Natuurlijk, er
is al genoeg poppenkast te zien als het om politiek gaat, dat sowieso.
Overigens zie je ook daar in terug, dat minstens om de twee jaar stemmen, zorgt
voor verbroedering in het land. Ik bedoel, als Knevel, Van den Brink, Pauw en
Witteman samen een programma maken, dan kun je wel stellen dat er sprake is van
omarming. Voor de rest zorgt het nieuwe televisieseizoen voornamelijk voor
duidelijke keuzes. Want natuurlijk kijken we op zaterdagavond het liefst met de
hele Natie samen hoe Patty Brard als een beschonken Boeing een buiklanding
maakt op het betonharde water in het pierenbadje van Sterren Springen. Politici
springen, dat zou nog mooier zijn. Jolande Sap in een badpak van duurzaam
katoen. Van der Staaij springt met een t-shirt en een zwemshort tot over de knieën
met een preuts plonsje het water in. Geert Wilders, net als een andere
geblondeerde volksheld, in een gele speedo. En Emiel zorgt met een Boxmeers’
Bommetje opnieuw voor een verschuiving in de peilingen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten