dinsdag 26 maart 2013

Pokkenweer


Ik ben verzot op onstuimig, weerbarstig pokkenweer
neerdartelende, vadsige, natte, dwarrelende vlokkenweer
nog geen blijk, nog geen enkele schijn van korte rokkenweer
eerder warme zompige, zweterige geitenwollen sokkenweer

Van dat waardeloze weer, dat maakt dat je van je fiets af waait
dat vele bloemperkjes verwoest, daar niks dan ellende zaait
terwijl de regen je hardhandig in het schrale gezicht aait
en de woeste wind je wild in de natgeregende haren graait

Ik ben dol op kletterend, kermend, gierend goor klotenweer
het stinkende moerassige, drassige, vieze vuile slotenweer
vieze mouwen – want in mijn mouw, mijn neus gesnotenweer
onophoudelijk overstromende, rammelende regengotenweer

En wanneer ik iemand op het weer hoor vloeken, zonder omslag
iemand die net nog met zijn neus, razend en tierend, in de modder lag
en ik gniffelend, gemeen, maar gemeend, stiekem in mijn vuistje lach
kan ik alweer niet wachten op morgen, weer zo'n pokkenweerdag.

maandag 18 maart 2013

Turkse Bruiloft


Merhaba, okuyucu sayısı. Dat is Turks, voor hallo, lezers. Ondergetekende kan weer iets van zijn lijst met levensdoelen schrappen. Afgelopen weekend heeft uw geliefde schrijver een Turkse bruiloft bezocht. Het zat zo. Eén van mijn collega’s, Tunay, stapte afgelopen weekend het Turkse huwelijksbootje in. Of ja, hij kwam aanrijden in een Range Rover, zo dik dat hij gerust de competitie aankon met een containerschip. Les één voor mij en mijn collega’s: een beetje uiterlijk vertoon misstaat niet op een Turkse bruiloft. Gelukkig hadden we allemaal onze scherpste kloffies uit de kast getrokken, dusdanig dat we elkaar bijna niet meer herkenden, we zien elkaar immers voornamelijk in onze bedrijfskleding. Ietwat gespannen en voornamelijk nieuwsgierig liepen we de zaal in, waar we helemaal niet meer om het uiterlijk vertoon heen konden. Wie denkt dat een Turkse bruiloft een suffe hoofddoekenparade is, komt bedrogen uit. De dames, schitterend opgemaakt, gehuld in jurken in alle kleuren van de regenboog, doen vermoeden dat de regenboog in Turkije meer kleuren bevat dan de onze. En ook de aanwezige heren schuwen de maatpakken niet. Door een neef van een dochter van een tante van, werden we naar onze tafel geleid. Elke uithoek van beide families is aanwezig, dus reken op een grote zaal vol. Het feest kon beginnen.

Daar zaten we dan, de ‘Hollandse tafel’, als een zeker klein Gallisch dorpje, moedig stand houdend, in het in dit geval Turkse rijk. Observerend. Afwachtend. Een poging om de gebruiken te doorgronden. Laat me iets uitleggen over Turkse bruiloften; ze berusten deels op Islamitische gebruiken, en zodoende wordt er dus geen alcohol geschonken bij de bar. Ik zeg dus, bij de bar. Al snel maakten we kennis met een familielid van de bruid (een verre achteroom?) die ook aan onze tafel zat. Na kennismaking reikte de beste man voor de rest van de avond de flessen Jack Daniels aan onder tafel, om onze sobere colaatjes wat in te kleuren. En natuurlijk kun je dat dan hypocriet vinden, want iedereen doet het, en iedereen weet dat het gebeurt. Maar uiteindelijk gaat het om het respecteren van een bepaalde norm, en om het niet de mensen voor het hoofd stoten die meer waarde hechten aan deze norm dan anderen. Ik kan niet anders zeggen dan dat we daar eigenlijk van zouden kunnen leren.

De sfeer aan tafel werd wat losser, er schoven nog wat jongere kerels aan. Kekke mannetjes, gladde haren, netjes geschoren, charmeurs. Bij het diner vonden zij hun roeping en legden ze ons de Turkse eetgewoonten uit, toen ze zagen dat met name de dames onder mijn collega’s iets te netjes aan het eten waren. Want, legden ze uit, Turken eten niet netjes. Niks geen mes en vork. Met de vork gewoon ouderwets rammen, en voor de rest lepel je de rest met Turks brood naar binnen. Een soort van verhuld met de handen eten, alleen hangt er dan nog een stuk brood tussen. Turken houden van praktische zaken. Dit bleek even later ook toen de  charmeurs ons mee de dansvloer opnamen. Wanneer Turken dansen, strekken ze hun armen in de breedte, en knippen ze met hun vingers. Dit probeerden we allemaal even uit, en al snel had ik een openbaring. Ik ga deze tactiek voortaan ook in de kroeg hanteren, eindelijk weet ik wat ik met mijn handen kan doen, als ik op de dansvloer sta. Meestal voel ik me compleet uit mijn doen zodra mijn bier leeg is. Wanneer ik het glas heb weggezet, en mijn anders zo praktische handen onhandig langs mijn lichaam bungelen. Zodoende bestel ik, om dat te voorkomen, maar weer nieuw bier, met alle gevolgen van dien voor de volgende dag: geld op, en hoofdpijn.

Overigens, op een Turkse bruiloft zit je braaf aan tafel, of je danst alsof je leven er van afhangt. Er is geen middenweg. Geen toekijkers op de dansvloer. Buiten koelden we even af, rookten de liefhebbers een peuk, en hadden we, niet langer overstemd door de Turkse muziek, nog een gesprek met onze Turkse nieuwe vriend, ofwel de whiskey-distributeur. Hij vertelde dat hij een döner-zaak heeft, en al zesentwintig jaar in Nederland woont. Op de vraag of hij wel eens last had van Nederlandse vooroordelen en discriminatie, legde hij uit dat dat in het begin wel meer aan de orde was. Sinds hij de taal meer beheerst gaat het allemaal veel beter. Maar hij was daarbij wel zo eerlijk om toe te kennen dat hij in het begin geen snars begreep van ons taaltje, en dat hij achteraf ook wel kon begrijpen dat mensen boos waren wanneer hij ze een Fanta voorschotelde, in plaats van de bestelde Cola Light. Zo toegeeflijk was hij dan ook weer wel.

Van onder de tafel uit, kwam er in het verloop van de avond iets meer drank in de man, en er werd meer en meer gepraat. Bij onze charmeurs voegden zich nog wat broertjes en neefjes van. Het woord werd steeds hoger gevoerd, en er werd zo her en der ook wat meer opgeschept. Eerlijk, ze schepten zelden op over zichzelf, maar liever over hun neefjes, broertjes, of wat het dan ook waren, waarvan overigens het merendeel een ‘serieus te nemen’ voetbalverleden had. 
"Dit is mijn neef, toen hij in de jeugd zat, sloopte hij iedereen, jonge. Ik zweer het, ik heb het zelf gezien. Hij sloopte Van Wolfswinkel, en hoe heet die flikker, Afellay. Hij sloopte ze allemaal."
Les twee, en let op, een hele belangrijke: als je wat mee wilt praten over voetbal, tast dan eerst voorzichtig af welke club er gesteund wordt. Meng je niet in discussies over Galatasaray versus Fenerbahce. Wanneer ze trouwens wél opscheppen over zichzelf, ontpoppen de charmeurs zich als ware clowns. Neef A. constateerde op den duur dat hij geen bereik had met zijn telefoon: 
"Shit, ik heb geen 3G." 
Oom B reageerde ad rem. 
"Ik heb al 4G!", waarop Broer C inkopte: 
"Fuck jullie, ik heb al 65G." 
Broer C stelde zich overigens even later voor aan mijn bedrijfsleidster als ‘Big Sexy’. De bedrijfsleidster, lange blonde vrouw van ongeveer 1.90, anderhalve kop groter dan ‘Big Sexy’, en überhaupt de langste persoon aanwezig die avond, was uiteraard niet bijzonder onder de indruk.

Ik kan nog wel even doorgaan met anekdotes van deze avond, maar je moet gewoon gaan, om het mee te maken. Voeg een Turkse bruiloft toe aan je bucket-list. Als je geen Turkse vrienden hebt, zoek er dan snel een paar. Ja, ik zeg een paar. Spreid je winkans, zodat je er in ieder geval één meemaakt, maar het liefst meerdere. Ontmoet Big Sexy en zijn kleurrijke neven. Ik hoor u denken, het zou wel heel toevallig zijn, als Big Sexy daar dan ook is, maar ik heb een onderbuikgevoel dat elke familie wel een ‘Big Sexy’ heeft. Ik overweeg serieus een Turkse te trouwen om het feest nog intenser mee te maken. Ik heb de looks, verzekerden de charmeurs me, want, ik leek op een Turkse ster. 
"Kijk hem, met die kuif, hij lijkt op Murat Boz. Net zoiets als Tarkan, zeg maar, Google hem maar!", maar zelfs Big Sexy’s 65G had er even moeite mee. 
"Ik zweer je, je lijkt echt op hem. Ja, je bent wel dikker, maar nou en." 
Goudeerlijke boys, die Turken.

P.S. Tunay, bedankt voor de uitnodiging. Jullie waren schitterend samen, hulde aan het bruidspaar.

woensdag 6 maart 2013

Biechten


Biechten is de bom. Spijt hebben van dingen die je verborgen hebt gehouden totdat je jouw moment kiest om het van de daken te schreeuwen. Want, heel belangrijk, je kiest zelf je moment. Dat is nu zo’n beetje het ding. Wil je een beetje meedoen met deze trend, sla dan alle vermoedens, hoe evident ook, volledig in de wind. Ook al hangen de koekkruimels in je baard: blijven ontkennen dat jij dat pak Bastogne naar binnen hebt gewerkt. En dan al je collega’s bij elkaar roepen voor een werkoverleg. In de wandelgangen wordt koortsachtig gespeculeerd waar het spoedberaad over zal gaan. Neemt hij ontslag? Staan onze banen op de tocht? En dan maak je een groots, dramatisch gebaar, laat je een traan, en bied je jouw oprechte, welgemeende excuses aan voor datgene wat iedereen al van je verwachtte. Oprechtheid en welgemeendheid zijn hier absolute sleutelbegrippen.

Anno 2013 doe je niet meer mee als je niet liegt. Als een pientere Pinoccio een lange neus trekken naar al die wauwelende waarheidszoekers. En dan biechten, anders heb je voor niks al die moeite gedaan om met je duistere zaakjes het daglicht te mijden. En natuurlijk, een doos Bastognes leeg vreten is niet erg genoeg. Zoek het in extremen. Je snapt waar ik naar toe wil. Dender als een sneltrein de bergweggetjes door van Liège, naar Bastogne, en weer terug, en dat alles op een tweewielertje. Ram daarbij wel een spuit in je aderen. We hebben het over wielrennen. Vandaag is de dag dat Boogerd op de biechtstoel zat in de NOS-kerk. Hij vertelde daar wat we eigenlijk allemaal al wisten. Ook onze Michael heeft gebruikt. En dan heb ik het niet over anti-lek-banden, die overigens een illusie zijn. Ik heb het over doping, prestatieverhogende middelen. Biechten is de shit, maar voor de dag komen met dopinggebruik, oei oei, dan ben je een echte.

Dus, hier gaan we dan maar. Honderd procent live, op mijn eigen blog (denk bij de juist uitgevoerde biecht altijd aan commercie en gezichtsbehoud). Ook ik was jong in de periode die Boogerd duidt als de hoogtijdagen van de doping. Dus ook ik voelde de druk om mee te kunnen met de rest. Dit begon al op het schoolplein. Totdat ik epo ontdekte, was het voor mij een volstrekt raadsel hoe de snelste jongens van de klas op het plein rondjes van twintig tikten op de dubbelfiets en de duwkar. Na epo, deed iedereen dat. Groeihormonen namen we nog niet, dan kwam je bij busje kruit bedrogen uit als je je achter een parkbankje wilde verstoppen. Pap en mam, weten jullie nog, dat als we vroeger in Frankrijk op vakantie gingen, dat ik dan sprinkhanen ving? Die jongens waren pokkesnel. Zonder bloedtransfusie kreeg ik dat dus sowieso niet voor elkaar, dat jullie dat niet door hebben gehad, zeg.

Frankrijk, waar ik overigens de Tour heb gezien. Niet onder de indruk. Ja, van de reclamekaravaan dan misschien. Leuk, die gratis petjes en sleutelhangers. Maar wat die mannen daar verreden, dat was voor mij niks meer dan het schoolplein in het groot. Ja goed, ze zaten heel saai alleen op een fiets, zo’n dubbelfiets maakte alles gezelliger.

In de loop der jaren bleef het gebruik van prestatieverhogende middelen aanhouden, want ja, je moest toch mee met de groep. Die groepsdruk werd op de middelbare school natuurlijk alleen maar hoger, dus daar ben ik ook met cortizonen begonnen. Een astma-patiënt die nog elf trappen er uit perst bij de shuttle-run bij Lichamelijke Opvoeding en niemand die zijn schouders ophaalt, de cultuur liet het toe. Over culturen gesproken, op mijn vijftiende begon ik bij de supermarkt. De werkdruk daar was ongekend en er werd veel gebruikt om aan de eisen te voldoen. Men kon zodoende wel spreken van een cocaïnecultuur, maar van al de middelen die ik mezelf reeds toediende, tevens naar coke grijpen, ervoer ik als een relatief kleine stap.

Ondertussen ben ik alweer geruime tijd clean. Let overigens op, medebiechter, ter afronding is het erg happening om een emotioneel verhaal op te hangen over hoe je verlangt naar de dag dat je jouw kinderen weer recht in de ogen kunt aankijken. Maar, trouwe lezers, zoals jullie weten, ik heb geen kinderen. Daar heb ik niks over op te biechten. Daar wacht ik even mee totdat het trending is om daar een boekje over open te doen. Ik wil concluderend nog mededelen dat ik oprecht en welgemeend spijt heb (weten jullie nog?) van alle leugens die ik al die jaren verspreid heb. Ik ben trouwens bereid om tegen redelijke betaling, een landelijk uitgezonden televisie-interview te geven over mijn gebruik en met name mijn spijt. En als ik een eigen kleedkamer krijg zal ik zelfs live huilen, mocht dat op prijs gesteld worden. Ik besef me wel dat ik, hoewel een held, geen landelijke sportheld ben. Zodoende zal ik een lucratief aanbod van Omroep Brabant of de Provinciale Zeeuwsche Courant ook niet direct in de wind slaan.