dinsdag 26 maart 2013

Pokkenweer


Ik ben verzot op onstuimig, weerbarstig pokkenweer
neerdartelende, vadsige, natte, dwarrelende vlokkenweer
nog geen blijk, nog geen enkele schijn van korte rokkenweer
eerder warme zompige, zweterige geitenwollen sokkenweer

Van dat waardeloze weer, dat maakt dat je van je fiets af waait
dat vele bloemperkjes verwoest, daar niks dan ellende zaait
terwijl de regen je hardhandig in het schrale gezicht aait
en de woeste wind je wild in de natgeregende haren graait

Ik ben dol op kletterend, kermend, gierend goor klotenweer
het stinkende moerassige, drassige, vieze vuile slotenweer
vieze mouwen – want in mijn mouw, mijn neus gesnotenweer
onophoudelijk overstromende, rammelende regengotenweer

En wanneer ik iemand op het weer hoor vloeken, zonder omslag
iemand die net nog met zijn neus, razend en tierend, in de modder lag
en ik gniffelend, gemeen, maar gemeend, stiekem in mijn vuistje lach
kan ik alweer niet wachten op morgen, weer zo'n pokkenweerdag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten