maandag 31 december 2012

Van Twaalf naar Dertien


Twaalf, daar was je, ik heb je geleefd,
sluipend bekropen, luchtig bezweefd

ik heb je mogen leren kennen, ik heb van je genoten
mijn ogen uitgekeken, maar soms heb ik ze ook gesloten

soms verliep je voorspoedig, zoals ik van je had verwacht
toch heb ik je bij tijd en wijle zowel bemind als veracht

Twaalf, je was onvoorspelbaar, een jaar zonder plan
een jaar vol veranderingen, maar vooral een jaar van

vallen en opstaan, klimmen maar ook dalen
tranen en lachen, slagen maar ook falen

Twaalf, daar was je, maar nu moet je gaan
in je aftocht, dient Dertien zich reeds aan

woensdag 5 december 2012

Pakjesavond


Lieve kleine Timmie,

Mama zit al een tijdje te speculeren,
wat ze zoonlief op pakjesavond zal doneren
Mama is dus een beetje chagrijnig omdat ze hier al weken,
zuchtend en foeterend, haar hoofd op loopt te breken

Het valt ook niet mee, ik weet niet eens wat je graag zou krijgen,
als ik het aan je vraag, verval je in een langdurig stilzwijgen
En dan de opmerking; Sint weet het al, het staat in zijn boek,
daarom weiger je het mij te vertellen, ook al dreig ik met billenkoek

Ja, kleine Timmie, je bent een pienter ventje, raar maar waar
vaak erg scherp, slim, maar voornamelijk onuitstaanbaar
Hardop denkend, gevat, brutaal, voor geen vraag te laf
sinds je de woorden ‘hoezo’ en ‘waarom’ kent, ziet mama af

En denk maar niet dat papa me helpt, om de last wat te spreiden
‘Papa?’ hoor ik je denken, maar dat is de man die het vlees komt snijden

Je zou zeggen dat je aan een man wat hebt,
zeker in het hectische december, in deze drukke tijden
Pas als papa zeker weet dat hij niet hoeft te koken,
maakt hij aanstalten om van werk naar huis te rijden

Enfin, mama regelt het wel alleen, ik bestel je kado op bol.com
Brengen ze het de volgende dag tussen 10 en 5, jezus wat dom

Alsof een huismoeder hele dagen niets om handen heeft,
kan ik de godganse dag thuis blijven om op je kado te wachten
En na een hele dag te luisteren naar je gezwam en gevraag,
krijgt mama hoofdpijn, en begin ik je oprecht te verachten

En mama weet ook wel, je kunt je bestelling ook ophalen bij Albert Heijn,
dan moet ik je meenemen, en door je gevraag is dat helemaal niet fijn
‘Nee, klein dikkerdje, geen chocoladeletter, je hebt er al drie op,
en je krijgt ook geen pepernoten meer, hou nou eens je kop’

Uiteindelijk heb je je kado op schoot, begin je op het papier in te hakken,
start je met hysterisch lachen, en je kwijlt van genot
En als je ook maar durft op te merken dat Zwarte Piet niet kan inpakken,
dan maakt mama je gegarandeerd helemaal kapot.

zondag 2 december 2012

Decembernacht



Gehaast lopen we door de vederlicht neerdartelende sneeuw. Zelfs deze weersomstandigheden maken onze situatie niet ijziger. Na een ijskoude woordenwisseling, werden we ons plotseling bewust van de onverbiddelijke treintijden, en nu lopen we hier, in de kou. De frisse nachtwandeling naar het treinstation voelt bijna als een verademing.

Woorden blijven achterwege. We lopen beiden met onze hoofden neerwaarts, terwijl we onze voeten en de gladde straat intensief bestuderen, opdat we niet uitglijden. Het bewijs dat we leven en ademen zijn onze ademwolkjes, die zich vormen in de ijle lucht, geleidelijk met elkaar versmelten, en langzaam vervliegen, in het donker van de nacht.

Aangekomen op het station neem ik onbewust het omroepbericht in mijn hoofd op, waar het onderheven aan vele gedachten, hele andere vormen aanneemt.

“Geachte reizigers, let u op; de stoptrein van tweeëntwintig uur drieëntwintig vertrekt zo direct, en zal uw geliefde ondanks een onuitgesproken conflict, gewoon meenemen. Een volgende mogelijkheid voor een goed gesprek zal zich pas voordoen over twee dagen. Excuses voor het ongemak.”

Je kijkt me vanuit de treindeur aan, met je betraande ogen. Mijn gedachten dwalen af. Ik vraag me af hoe lang je hier kunt staan in de kou totdat je tranen bevriezen, en wat je vervolgens het beste kan doen om ze te ontdooien. Ik denk aan hoe ik tien jaar terug in Disneyland Parijs mijn lippen openscheurde nadat ze waren vastgevrorenaan een wel erg diep bevroren waterijsje. Het is bewonderenswaardig naar wat voor gedachten je kan afglijden, in de ernst van een moment.

Een deur van het treinstel verder staat een ander jong stel. Hij tilt haar liefkozend nog een laatste keer op voordat hij haar toevertrouwt aan de grote gele rups, die haar door de donkere nacht veilig thuis zal brengen. Zij beantwoordt hem, door hem een laatste keer om de nek te vliegen. Ik kan deze misplaatste vrolijkheid missen als kiespijn. Ik benijd ze, maar ik kan ze wel schieten. Ik veracht ze, maar ik vergeef ze de liefde. Dan zie ik dat je ook kijkt, en dat je hetzelfde denkt wat ik denk: waar is de dag gebleven dat wij daar zo stonden? Snel denk ik terug aan Disneyland en houd ik mijn tranen in.

Op de terugweg van het station merk ik in de sneeuw de voetsporen van het andere stel op. Haar stappen, breed en plomp, want zo drukken Uggs zich nou eenmaal af in de sneeuw, en zijn stappen, de zool van een bekend gymschoenenmerk. De sporen zijn door elkaar verweven, de verschillende voetstappen dartelen door elkaar. Het is bijna alsof het hier een enkel spoor betreft, een spoor van een viervoetig wezen dat uit haast voor het halen van de trein, per ongeluk twee verschillende soorten schoenen uit de kast heeft getrokken. Wat verderop zie ik onze sporen. Met een pijnlijke steek van jaloezie constateer ik dat de afstand tussen onze sporen te groot is. Althans, te groot voor de geliefden die we horen te zijn. Na een snik in de stille nacht, hoop ik dat ik thuis ben voor mijn tranen bevriezen.

zaterdag 17 november 2012

Eerlijk duurt het langst; Deel 2.

Ik denk dat het leven makkelijker kan zijn. Eerlijker, vooral. Niet om dingen heen draaien. Vorige keer stelde ik al dat ik een boek zou kunnen vullen met flarden communicatie die deze these onderbouwen. Wederom een kleine greep uit de selectie, met nu als thema: de Nederlandse Spoorwegen. Mocht dat boek er ooit komen, kan ik de NS-publieksprijs alvast op mijn buik schrijven.


Eerlijk duurt het langst, ook bij de NS 1

Beste reiziger,
deze trein rijdt niet verder
vanwege een aanrijding met een persoon.

Mogelijk zorgt de NS voor vervangend busvervoer
mogelijk betekent bij de NS zoiets als waarschijnlijk niet.

Wij raden u dan ook aan om voor de rest
lekker zelf uit te zoeken hoe u thuis komt.

Indien u verder reist met een andere vervoerder
vergeet u dan niet om uit te checken?

Eerlijk duurt het langst, ook bij de NS 2

Beste reiziger,
NS.nl helpt u op weg!

Behalve natuurlijk,
wanneer duizenden gestrande reizigers
tegelijk de website raadplegen.

Eerlijk duurt het langst, ook bij de NS 3

Beste reiziger,
welkom in deze intercity.
Deze intercity zal reizen naar Etten-Leur, Breda, Tilburg,
’s-Hertogenbosch, Oss, Nijmegen, Nijmegen Lent, Elst,
Arnhem Zuid, Arnhem, Dieren, Zuthphen, Deventer, Olst, Wijhe,
en heeft als eindbestemming
Zwolle.

Dat wil zeggen,
als er onderweg niemand springt
er geen sprake is van bladeren op het spoor
we geen seinstoringen tegen komen
het KNMI niet komt met een weeralarm

de goederentrein voor ons doorrijdt
er geen stations ontruimd moeten worden
vanwege bommeldingen
of overige hinder op last van de politie

maar anders wensen wij u
een fijne reis
en denk aan uw bagage bij het verlaten van deze trein
en vergeet dan niet deze bagage ook mee te nemen.

Eerlijk duurt het langst, ook bij de NS 4

Beste reiziger,
vanwege verbouwingen aan dit station,
is het mogelijk dat u enige last zult ervaren
in de vorm van geluidshinder.

Daarnaast moet gesteld worden,
dat het zodoende al een kunst is
om ook maar een jota te verstaan
van deze huidige berichtgeving
met betrekking tot
het desbetreffende lawaai.
Onze excuses voor het ongemak.

Eerlijk duurt het langst, ook bij de NS 5

Beste reiziger,
inderdaad, onze nieuwe sprinters
hebben geen toiletten aan boord

en ze kunnen ook niet tegen sneeuw,
want ze zijn Italiaans
in Italië zeiken ze ook niet zo veel.

Het is helaas te duur
Om de treinen alsnog te voorzien van wc’s
en om de treinen sneeuw-proof te maken.

Nee beste reiziger,
De Nederlandse Spoorwegen
wensen niks vrij te geven
over het reclamebudget
van Nick en Simon.

Eén of ander marketing-genie
had bedacht, dat ook de twee zangers
afgekort ook NS heten
en dat mag dan wat kosten.

donderdag 25 oktober 2012

Lust-Rum (gedicht)


Vrolijke vrienden, we zijn allen hier
een feestelijk festijn, met meters bier,
dit feest, zo uitbundig en studentikoos
brengt ons hopelijk veel nachtelijk gevoos

Vloeiend vocht, schuimend onstuimig, goudgeel
bruisend bier, niet te weinig, eerder te veel,
de Cubaanse drank van de lust smaakt ons intens goed
en sterkt, gemengd met kolkende cola, ons gemoed

Haar begeerlijke billen, schuddend, ongetemd
mijn gewillige grillen, niet langer geremd,
mijn arm op je heup, mijn hand in je haar
deze nacht komen we nader tot elkaar

Veinzend verlangen, gevoed door drank
lekker lichaam, je huid zo blank,
ik volg aandachtig je rondingen, je benen, je rug
ik verlies me in je, en vind mezelf niet meer terug

Koortsig krabbend achter mijn oren
prikkende pijn in mijn kop, tijdens het ochtendgloren,
je luie lichaam nog dicht tegen het mijne, wonderschoon
Godzijdank, je was geen bezopen droom.

zondag 21 oktober 2012

Tijd (gedicht)


Vandaag hadden we vijf jaar kunnen hebben
immers, tijd is een bezit, een vorm van vermogen
Je hebt er veel van, of juist te weinig, maar tijd is
een vluchtig bezit, want vaak te snel vervlogen

Vandaag hadden we vijf jaar kunnen hebben
in vluchtige valuta, toch wel een vorm van rijkdom
Tijd is geld, tijd is kostbaar, maar het kost weinig
om er veel van te creëren, een mooie optelsom

Ik hoor u denken, samen tijd creëren kost toch moeite
maar beschouw het zo, als je samen duizend munten spaart
Houd je als je stopt met sparen, ieder de helft daarvan over
En munten geef je uit, tenzij je ze krampachtig bewaart

Met tijd steekt dat allemaal toch net iets anders in elkaar
Als je stopt met sparen, behoud je ieder het volle bedrag
En anders dan munten, heeft tijd enkel voor jou waarde
tijd neemt niemand je af, niemand legt daarop beslag

Vandaag hadden we vijf jaar kunnen hebben
maar die tijd hebben we niet bij elkaar weten te sparen
Een saldo uit een verleden, behoudt zijn waarde in het heden
niet aan inflatie onderhevig, zal ik mijn gespaarde jaren
altijd blijven koesteren, en altijd zuinig bewaren.

zaterdag 20 oktober 2012

Eerlijk duurt het langst; Deel 1.


Ik denk dat het leven makkelijker kan zijn. Eerlijker, vooral. Niet om dingen heen draaien. Ik denk dat ik een boek zou kunnen vullen met uit het leven gegrepen flarden van communicatie. Flarden die met kleine, doch significante aanpassingen, mijn these onderbouwen. Een kleine greep uit de selectie.

Eerlijk duurt het langst 1

Nee, schat
die broek maakt je niet dik.

Je bent dik
en de broek faalt
om dat te verhullen.

Eerlijk duurt het langst 2

Absoluut meneer,
de kwaliteit van deze trui kent zijn gelijke niet.

Op unieke wijze met veel finesse in elkaar geweven
door piepkleine, onderbetaalde kinderhandjes
en dat voelt u.

Eerlijk duurt het langst 3

Deze tandpasta heeft nu een vernieuwde formule!

Of nouja,
er zitten al jaren dezelfde zogenaamde mintbolletjes in,
die geven we zo nu en dan met chemische, kunstmatige,
doch relatief kostenloze ingrepen
een nieuw kleurtje.

Witter worden uw tanden er niet van
maar hierdoor vraagt u zich toch alweer net iets minder af
waarom de tandpasta weer significant duurder is geworden.

Eerlijk duurt het langst 4

De nieuwe Samsung Galaxy S,
designed for humans.

Want een telefoon voor neushoorns
blijk toch net wat minder goed
in de markt te liggen.

Eerlijk duurt het langst 5

Nee lieverd,
niet zo kribbig doen,
ik keek helemaal niet naar haar,
waar zie je me voor aan.

Ik keek naar de vrouw naast haar,
leuker koppie sowieso
lekkerdere billen ook.

vrijdag 12 oktober 2012

Speech van de Set Vexy Bruiloft


Deze speech heb ik voorgedragen op de bruiloft van Roald, één van mijn beste vrienden. Op 12 april 2012 trouwde hij met Debbie. Ondertussen floreert hun fotografiebedrijf Set Vexy, zijn ze voor de tweede keer in een jaar verhuisd, hebben ze een kind op komst, filmen ze jetsetbruiloften in Praag, en reizen ze dit weekend af naar Amerika voor een road trip, 'om even tot rust te komen'. En dat allemaal in een half jaar. Want, Ro en Deb, je zou bijna vergeten dat jullie alweer een half jaar getrouwd zijn. En nu een beetje indammen, graag. Anders hebben jullie binnen vijf jaar de hele wereld gezien, en een nageslacht waarmee je alle Zeeuwse basisscholen uit de nood voor nieuwe leerlingen helpt. Hoe dan ook, gefeliciteerd met jullie eerste zes maanden!

Beste Roald en Debbie,

Lief creatief koppel, fotogeniek stel, een mooie plaat heeft vandaag zijn gouden lijstje gekregen. Ik heb mijn best gedaan, maar meer cheasy kon ik mijn openingszin niet krijgen. Uiteraard kennen jullie me als ‘De Praatstoel’, dus ik ben het aan mijn stand verplicht om een paar woorden te delen naar aanleiding van jullie trouwen. Ik zal het in tegenstelling tot wat jullie van me gewend zijn kort proberen te houden en ik hoop ook dat het geen clouloos verhaal wordt, vandaag staat ten slotte in het teken van jullie huwelijk.

Roald, uiteraard heb ik het meest te vertellen over jou. Ik ken je al lang nu, sinds dat ik in de tweede zat. Dat is nu, pak hem beet, zo’n vijfendertig jaar geleden. Als ik zeg dat ik je niet direct heel erg mocht, dan is dat een understatement. Ik vond je onwezenlijk irritant. Debbie, ik hoop van harte dat jij dit in het prille begin anders hebt ervaren. Ro, je bent een druk baasje. Ook iedereen die je later heeft leren kennen zal dat beamen, hoewel het in de loop der jaren eigenlijk alleen maar minder is geworden. Mensen, kun je nagaan.

Roald heeft gelukkig datgene wat je zijn innerlijke onrust zou kunnen noemen, altijd kwijt gekund in vele bezigheden. Ro heeft letterlijk alles gedaan. Toen ik hem leerde kennen was Roald een fervent inline skater, een enthousiast cabaretier en hij pikte in die tijd net zijn drum carrière op. In alle bezigheden stak Roald honderd procent inzet. Voor de meeste mensen is driehonderd procent inzet fysiek onmogelijk, voor Roald was het een uitkomst. Dat hij alles zeer serieus nam, bleek in de periode waarin ik Roald onverhoopt aardig begon te vinden. Het moment waarop ik me aansloot bij zijn op dat moment nog onvoltallige band, samen met Hubert, en later ook nog Maikel en Niels. Ondanks dat Roald in het begin nog trommelde op een soort van plastic pannenset met geluidseffecten die dienst deed als drumstel, had Roald reeds een bandnaam, een visie, en vaste kleuren voor de nog nader te bepalen merchandise. The Sketnicks, zo zouden we heten, en Roald was er van overtuigd dat rood en geel de voornaamste kleuren zouden zijn voor de website. Het is niet voor niks dat bepaalde restaurants, ik noem geen namen, hun toko’s in deze kleuren inrichten om mensen snel weer weg te krijgen om snel ruimte te maken voor de volgende meute. Uitvoerend webdesigner Martin J vroeg nog met gepast respect; ‘weet je het zeker?’, maar inderdaad. Roald wist het zeker. 

Met terugwerkende kracht had Ro gelijk. We waren muzikale fastfood. We maakten makkelijk te behappen muziek, muziek die je honger naar muzikaliteit absoluut niet stilde, waarvan je na afloop soms misselijk op de bank zat, muziek waarvan je je schaamde dat je het leuk vond, maar toch, je vond het leuk. Of ja, aandoenlijk was eigenlijk meer het juiste woord. Of zoals onze muziek docente zei; op een drumkruk gaan staan en slaan op alles wat je tegenkomt, dat kan iedereen. Mensen die laatstgenoemde, en de fysieke conditie van laatstgenoemde kennen weten dat dat niet waar is. En daarnaast, Roald kon het als geen ander. Driehonderd procent inzet.

Toen we According To You werden, werd het serieus. Althans, dat vonden we zelf zo. En dat is goed, op deze manier haalden we meer uit onszelf. Ro deed dit voornamelijk op vlak van netwerken, websites ontwerpen en bandfotografie. Roald, ik denk niet dat Hubert, Maikel en ik teveel eer op ons nemen als wij zeggen dat Set Vexy Fotografie niet had bestaan zonder ons. Want, wie een stel lompe, antifotogenieke, plompe kerels als ons fatsoenlijk op een bandfoto weet te krijgen, die moet van goede huize komen. Op geen enkele manier had je op dit gebied meer in het diepe kunnen springen.

Ook op het podium was je inzet van een mate dat je er niet omheen kon. Roald had er zin, en dat kon je altijd merken. Voor de muzikanten onder ons, wij merkten dat meestal als Roald aan het eind van het nummer een slordige 30 bpm boven het ingezette aantal beats per minuut zat. Geweldig om naar te kijken, een ramp om mee te spelen. Maar wel driehonderd procent inzet, dat wel. Het leverde je de bijnaam BPM-Boy op. Ro bleek uiteindelijk te temmen met een metronoom, tot opluchting van velen.

Toen Roald zijn drumstokken verwisselde voor een microfoon waren wij als medebandleden ons leven helemaal niet meer zeker. Rondslingerende microfoons, schopbewegingen waarbij stempedalen over de planken vlogen en versterkers ontsnoerd raakten. Vergeten songteksten omdat Ro bezig was met belangrijkere dingen zoals daar zijn; headbangen met zijn toen nog ontzettend lange manen, het spuwen van water of het klimmen in lichtmasten, om vervolgens daar te ontdekken dat de combinatie tussen ontzettend lange mannen en hete PAR-lampen niet zo heel erg geslaagd is. Maar we hebben genoten, en ook wij gingen mee in die flow van 300 procent inzet, want reken maar dat je een partij opgefokt raakt, als iemand keer op keer je gitaarsignaal onderbreekt door over je stempedaal heen te stuiteren.

Nooit een saai moment. Zo zou ik het samenzijn met Roald terecht kunnen beschrijven. Deze anekdotes zijn nog niet eens het topje van de ijsberg. Debbie, exact dit wens ik je in je huwelijk met Roald toe, nooit een saai moment. Aan jou de taak om zo nu en dan Roalds metronoom te zijn, regelmaat te bieden in een ritme dat zo nu en dan de neiging heeft om voor het gemak een telletje over te slaan. Ik zou jullie alle geluk en liefde wensen samen, als dat echt nodig zou zijn. Het lijkt me echter totaal niet nodig, ik heb er namelijk alle vertrouwen in dat dat goed komt. Bewaar mijn wensen maar voor later, wie weet heb je ze nog eens nodig of kun je een ander er plezier mee doen.

Ik wens jullie nog iets toe, en daarvoor put ik nog even uit een andere belevenis. Ik wens jullie alvast een mooi 25 jarig jubileum toe, net als Roalds ouders Charl en Rianne dat hadden, jaren terug. Een jubileum waar jullie nageslacht iets leuks doet met het hopelijk verkregen talent, net als wij destijds met The Sketnicks deden voor je ouders. Ik stel het me zo voor; gelegenheidsbandje The Sketkids, percussief begeleid door de kleine Jansen-Hariot, speelt gouwe ouwes uit pa’s tijd; Greenday, Story Of The Year en Steel Panther. Als ome Praatstoel in de buurt is komt hij natuurlijk ook even langs om een verhaaltje te vertellen. Dat het dan niet clouloos zal zijn, dat kan ik jullie helaas nu nog niet beloven.

vrijdag 7 september 2012

Verkiezingstijd, keuzetijd


Het is weer eens zover, binnen nu en minder dan een week mag stemgerechtigd Nederland zich weer eens naar de stembus begeven. Een stukje folklore ontstaan in het laatste decennium, wat we wat mij betreft moeten koesteren. Ondertussen gaat ons koude kikkervolkje namelijk bijna vaker stemmen dan dat we Sinterklaas vieren. Hoewel kabinetten vroeger regelmatig de ambtstermijn volmaakten, lijkt dat nu, tegenstrijdig genoeg, een utopie. Maar gemijmer over dat vroeger alles beter was, is wat mij betreft niet op zijn plaats.

Bijna elk jaar stemmen voor de Tweede Kamer, het heeft wel wat. Je komt gemoedelijk in contact met alle lagen van de bevolking bij het stemlokaal. En bovendien, het verschaft de graag-klagende goegemeente weer een onderwerp waar we wekenlang over kunnen zaniken en discussiëren. Een soort van nationaal gemeengoed in de categorie klaagvoer, naast het eeuwige gezeur over de Nederlandse Spoorwegen en het belabberd presterende Oranje. Dat tegenwoordig politiek op de televisie beschouwd wordt in een gelijksoortige setting als Neerlands’ meest populaire voetbalprogramma, dat zegt genoeg. Wel jammer dat we het daarbij moeten doen met Rick Nieman en Bart Chabot. Ik had liever de heren Derksen en Gijp gehoord over het jokken van Rutte en Van der Staaij’s perceptie van de vruchtbaarheid van vrouwen na verkrachting. “Dus Keessie zegt dat ik niet met m’n handjes in m’n haartjes moet gaan zitten als ik weer eens niet van de wijfjes heb kunnen afblijven? Dat ken ie toch niet menen, pik? Nee, toch? Nee, dat ken ie niet menen, hoor. Ik kan me ook niet voorstellen dat z’n vrouw dit soort uitspraken pikt, hoor. Kan Keessie het lekker buiten de deur gaan zoeken. Maar dat maakt toch niet uit, want bij een verkrachting krijgt ie zo’n wijffie toch niet bevrucht, onze Keessie.”

Maar dit jaar komen we op een heikel punt, als het over onze nieuw verworven traditie gaat. Ons nieuwe doel om minstens om de twee jaar aan de slag te gaan met rode potloodjes. Deze keer weten we het namelijk écht niet. We weten het gewoonweg niet. En daarmee voldoet ons nieuwe favoriete onderwerp voor tijdens de koffie niet langer aan de voorwaarde die een onderwerp nodig heeft om het favoriete jammer-thema van De Natie te zijn. Het zit zo. We weten allemaal wat er niet deugt aan de NS. Het is netjes gezegd van de wc getrokken dat een trein niet kan rijden als er blaadjes op het spoor liggen, en dat één wisselstoring een land lam kan leggen is al helemaal, juist, van de pot gerukt. Oranje, idem dito. Zestien miljoen bondcoaches weten dat je Robben er niet uit moet halen voor fucking Paul Bosvelt. Om gegrond over iets te kunnen kankeren, moeten we weten waarover we het hebben. En dat is nu even niet het geval.

En dat is helemaal niet gek. Politici weten het zelf ook niet zo goed. Partijen aan zowel de linkerkant als de rechterkant van het spectrum hebben nog nooit zo dicht bij elkaar gelegen. En toch moet je dan stemmen zien te ronselen, als partij. Bestaat zodoende je campagne uit krampachtig op zoek gaan naar verschillen tussen jouw partij en de andere partij. En dan ontstaat er een prachtige poppenkast. Kale Klaas Vaak Diederik Samsom die de strijd aangaat met de korte, gedrongen, Marxistische versie van Dahl’s Grote Vriendelijke Reus. Totdat de grote gemenerik met de peroxidepruik zijn opwachting maakt. Stiekem gluurt hij om de hoek. De toegestroomde toeschouwers op het plein in Den Haag schreeuwen het uit. “Kijk uit, Diederik en Emiel, daar in de hoek!” De rode voormannen wenden zich quasi verbaasd tot het publiek. “Wat zeggen jullie, kinderen? Hebben jullie gemene, geniepige Geertje gezien? Waar is hij dan?”

We weten het niet. We weten het gewoon écht niet. Een Natie in verwarring. Maar wie verzint dan ook verkiezingen in september? Als ik op straat rond kijk, valt me op dat we sowieso al in de war zijn. Het komt door het jaargetijde, door het weer. Ik zie mannen met winterjassen, dames met hoge, herfstachtige laarzen, kerels met slippers, meisjes met korte rokjes, jongens met shawls, dames met bontkraagjes. We zijn volledig van slag. ’s Ochtends hebben we het fris, ’s middags zweten we ons kapot, om vervolgens ’s avonds weer rillend van de kou naar huis te fietsen. Bij het ochtendgloren stemmen we links, bij het middagzonnetje kiezen we voor rechts, en als we ’s avonds na de boerenkool met worst (want de R zit weer in de maand) liggen uit te buiken op de bank, gaan we weer voor een progressief midden. We weten het niet, en het ligt aan het weer. Stemmen op de partij die iets met het klimaatprobleem wil doen dus. Gelukkig hebben we het alleen maar over Europa. Hoe die Grieken onze centjes misbruiken. Daar hebben ze geen last van het weer. Daar is het elke dag zweten alom. Oh, en souvlaki vreten natuurlijk. Op onze kosten.

Er zijn ook mensen die met dingen komen die handig inspelen op het feit dat we het met zijn allen niet weten. Deze week gezien in De Wereld Draait Door; een jongen die een applicatie heeft ontwikkeld die er voor zorgt dat je strategisch kunt stemmen. Vertel, vertel, hoe werkt dat dan? Nou, stel je voor, dat je met tien vrienden bespreekt welke coalitie jullie samen willen. Bijvoorbeeld, wil je Paars, stemmen er dus vier op de VVD, vier op PvdA, en twee op D66. Die app werkt net zo; je voert in wat voor coalitie je graag wilt, en de applicatie zorgt ervoor dat mensen die ook allemaal dezelfde coalitie willen, samen met jou, de juiste stem uitbrengen. Krijg je dus op twaalf september een bericht waarin verteld wordt op welke partij je moet gaan stemmen om jouw coalitie te bewerkstelligen. Leuke jongen ook wel, de ontwikkelaar van die app. Duidelijk grachtengordel, oud geld, halflange haartjes, mooi overhemdje. Echt een ondernemertje. Stuurt ons op twaalf september allemaal een SMS dat we op de VVD moeten gaan stemmen en lacht zijn lul uit zijn broek.

Laten we ons dan troosten met het feit dat september ook altijd de start is van een nieuw televisieseizoen. Natuurlijk, er is al genoeg poppenkast te zien als het om politiek gaat, dat sowieso. Overigens zie je ook daar in terug, dat minstens om de twee jaar stemmen, zorgt voor verbroedering in het land. Ik bedoel, als Knevel, Van den Brink, Pauw en Witteman samen een programma maken, dan kun je wel stellen dat er sprake is van omarming. Voor de rest zorgt het nieuwe televisieseizoen voornamelijk voor duidelijke keuzes. Want natuurlijk kijken we op zaterdagavond het liefst met de hele Natie samen hoe Patty Brard als een beschonken Boeing een buiklanding maakt op het betonharde water in het pierenbadje van Sterren Springen. Politici springen, dat zou nog mooier zijn. Jolande Sap in een badpak van duurzaam katoen. Van der Staaij springt met een t-shirt en een zwemshort tot over de knieën met een preuts plonsje het water in. Geert Wilders, net als een andere geblondeerde volksheld, in een gele speedo. En Emiel zorgt met een Boxmeers’ Bommetje opnieuw voor een verschuiving in de peilingen.

donderdag 12 juli 2012

Slogans


Ik woon nu alweer vijf jaar in Tilburg, met veel plezier. Voordat je denkt dat het de verkeerde kant op gaat met me; nee, dit wordt geen stukje Tilburgpropaganda. Ik was niet van plan mijn Zeeuwse roots te verloochenen. Hoewel je me nooit van de daken zult horen schreeuwen dat ik trots ben op mijn afkomst, vind ik het altijd fijn om terug te zijn in het Zeeuwse. Dat wil zeggen, als de zon schijnt. Op het moment dat ik dit schrijf, ben ik een lang weekend terug ‘thuis’ geweest, en heb ik mijn grote gele vriend geen minuut gezien. En dan is Zeeland deprimerend hoor. Gillend weer terug naar Tilburg dus. Als je Tilburg binnen rijdt met de trein en je kijkt om je heen, dan krijg je sterk de neiging om te blijven zitten in de trein, je ogen te sluiten, en dan hopen dat de conducteur je wakker maakt in een aangenamer oord. Want wat ben je toch lelijk, Tilburg. Je eerste aanblik voelt niet als een warme welkomstknuffel. In het centrum zijn maar weinig plekken waar je je trots kan voelen om een kersverse Kruikenzeiker te zijn. En toch is Tilburg mijn thuis geworden. Tilburg, je bent er, zeg maar.

Kijk, en daar gaat het fout. Want dat is waar ik in deze column eigenlijk wat over wil schrijven, over de slogans die je tegenkomt in deze stad. Bij de gemeente, maar ook bij de Tilburgse middenstand. En dan beginnen we inderdaad maar direct bij “Tilburg, je bent er”. Dit moet, ook landelijk gezien, één van de meest belabberde stukjes city-marketing zijn. Ja, ik noem het echt city-marketing. Want sinds zuslief is afgestudeerd op het NHTV in Toerisme en Management, heb ik daar het een en ander over mee gekregen. Neem nou bijvoorbeeld “Er gaat niets boven Groningen”. Daar is geen speld tussen te krijgen. Noordelijker kun je in ons kikkerlandje bijna niet gaan, los van dat je dat eigenlijk ook helemaal niet moet willen. Dus inderdaad, boven Groningen vinden we niets meer wat ook maar enigszins het vermelden waard is.

Komen we terug op Tilburg. Wat nou, als je als niet-Brabo een stukje “city-marketing” van Tilburg onder ogen krijgt, of dat nou een website is, een folder, of een interactief digitaal pamflet, daar wil ik van af. Dan spit je dat door, en nog voordat je bent begonnen met lezen, ben je er achter dat Tilburg een grauwe industriestad is, en dat er daar verder vrij weinig vermeldenswaardige dingen aan de hand zijn. Dan lees je het kopje terug, met de slogan, en denk je waarschijnlijk bij jezelf: “Tilburg, godzijdank ben ik er niet”. En ook in het geval dat je toch in Tilburg verzeild bent geraakt, dan voelt het motto niet goed. Het laat je eigenlijk een beetje achter met een beklemmend gevoel. “Tilburg, je bent er. Je bent er nou eenmaal. Je moet hier blijkbaar zijn. Kijk maar wat je er mee doet, je bent er nu toch, en je komt ook niet zomaar weg.”

Dan nu de slogans die je tegenkomt bij de middenstand van Tilburg, de grauwe kiezelsteen van het Zuiden. En dan ga ik echt niet klagen over het oer-Tilburgse broodje Jantje. Want dan word ik wellicht verbannen uit de gemeente. Voor de niet-Brabo’s; een broodje Jantje is een prima broodje hamburger, met liefde bereid in een sfeervol etablissement in het centrum van Tilburg. En als ik zeg sfeervol, dan bedoel ik dat ze beschikken over drie statafels. Want je hebt toch zeker niets meer dan dat nodig om een vette hap naar binnen te werken, nondeju. Met de slogan “Broodje Jantje, in elk handje” is dan ook niks mis. Prima.

Dan een ander Tilburgs fenomeen; IJssalon Intermezzo. Elke zomer, weer of geen weer, één van de drukst bezochte plekken in het centrum van Tilburg. Nu had IJssalon Intermezzo, alweer een tijdje terug, zadelhoesjes gespannen over de in het centrum gestalde fietsen. Op deze hoesjes stond natuurlijk de naam van de salon, vergezeld door een slogan, iets in de trant van “Beter een ijsje in je hand, dan een lekke band”. Akkoord. Ik denk dat de meeste mensen het daar mee eens zijn. Met al mijn praktische inzicht, hoewel dat slechts in beperkte mate aanwezig is, dat geef ik grif toe, zie ik niet in hoe dat zadelhoesje mij gaat weerhouden van een lekke band. Ga ik door de slogan bewuster fietsen nu, en voorkom ik daarmee het lekrijden? Hadden ze eigenlijk een stuk of twaalf zadelhoesjes moeten spannen, die ik vervolgens over mijn banden had kunnen plakken, zodat er een soort bescherm-buitenband ontstaat? Ik weet het, dit is flauw. Mijn punt is, dat als je een hebbedingetje verspreid met een slogan, je als bedrijf beter kunt zorgen dat deze twee iets met elkaar te maken hebben. Intermezzo, wat dacht je van: “Beter een ijsje in je mond, dan een natte kont”?

Ik hoef niet eens naar het centrum te fietsen (met droog derrière) om raadselachtige slogans tegen te komen. Ik woon boven een klein pleintje bij een winkelcentrum in Tilburg West. Aldaar gevestigd, een restaurant dat enkele jaren de overstap heeft gemaakt van een typisch wijketablissement waar bejaarden ‘s middags koffie met korting drinken en waar men ’s avonds kon aanschuiven voor een schnitzel, naar een restaurant dat zichzelf serieus neemt. Resultaat; een restaurant in een identiteitscrisis. Want reken maar dat die bejaarden blijven komen voor de koffie. En dan toch ’s avonds een restaurant met een serieuze kaart zijn. Ik wil geen namen noemen en het restaurant onrecht aandoen, maar met de nogal tegensprekende noemer ‘Tuinhuis Culinair’ is de zaak ook tot in de eeuwigheid verdoemd tot identiteitscrisis. Schizofrenie zonder schnitzels, zeg maar.

Deze column ging toch over slogans, zegt u. Maak uw borst maar nat. Bovengenoemde voert de ondertitel “één van de meest bijzondere restaurants van Nederland”. Er kunnen hier verschillende dingen aan de hand zijn. Het kan pure bluf zijn. Het kan ook zo zijn, dat de eigenaar er na enig marketingonderzoek is achtergekomen dat de hierboven beschreven schizofrene situatie uniek is voor de Nederlandse horeca. In dat geval mag de slogan blijven. Een andere mogelijkheid is dat de eigenaar is vergeten te vermelden wie het restaurant tot zodanig heeft gebombardeerd. Ik had het wel willen weten. En ik denk de meeste restaurantbezoekers ook. Want deze vorm van opschepperij zorgt bij ons Nederlanders toch altijd een beetje voor argwaan. Waarom is dit restaurant zo bijzonder? Heeft de kok geen handen, en bereidt hij daarom al het eten met zijn voeten? Is het dak van het restaurant, geïnspireerd door Ethiopische leemhutten, vervaardigd uit Brabantse koeienmest en stro? Is het restaurant bijzonder omdat er op de gemiddelde donderdagavond meer ratten dan klanten over de vloer komen? Het begrip ‘bijzonder’ vraagt om enige afbakening. Gewoon, voor de gemoedsrust.
   
Lezer, ik ben ontzettend aan het zeuren. Herinner me er maar niet aan. Karma is een kreng. Na de vorige alinea, strandde mijn trein in Breda. Aanrijding met een persoon, dan weet je het wel. De NS-balie wist te melden dat ‘het nog maar net gebeurd is’ en dat er daarom geen informatie vrijgegeven kan worden. Toen ik een half uur later weer aanklopte met de vraag hoe ik alsnog in Tilburg zou belanden, werd er weer gescholen achter hetzelfde antwoord. De vraag rijst hoe het in godsnaam bestaat dat we via nieuwswebsites op de minuut dat het gebeurt meekrijgen hoe een Franse vrouw direct na het geven van het jawoord een kind baart, maar dat de NS niet weet wat er op hun eigen spoor aan de hand is. “Het spoor is niet van ons, maar van ProRail.” Same difference, het klopt gewoon niet. Gelukkig is er dan nog de streekbus. Over slogans gesproken, deze al gehoord? “De bus krijgt steeds meer fans!” Dat is niet vreemd als door uitval van treinen een complete intercity zich in een streekbus staat te wurmen. Inderdaad, een streekbus. Met andere woorden, de toeristische route door de diepste krochten van midden Brabant. Hallo, Oosterhout en Dongen. Na bijna een uur denderen we Tilburg binnen, en opeens snap ik de slogan. Tilburg, je bent er. Eindelijk.

dinsdag 5 juni 2012

Winkelvloer-romantiek


Ik werk in een kledingwinkel. Ik vouw truien, hang T-shirts op, zorg dat spijkerbroeken netjes terug op de plank komen te liggen. Ik sluit paskamergordijnen (want inderdaad meneer, ze gaan een beetje stroef, ik weet het) en wens mensen na het afrekenen veel plezier met hun nieuwe outfit. Tot zover mijn functieomschrijving. De winkelvloer biedt me al jaren een uniek kijkje op de samenleving. Ik heb zowel in Zeeland als in Noord Brabant klanten mogen ontvangen, begroeten en helpen. Verschillende populaties, en dus zeer veel onderlinge diversiteit.

Bijvoorbeeld; Tilburgers slapen veel langer uit dan Zeeuwen, het komt hier in Brabant altijd maar laat op gang. Mijn conservatieve mede-Zeeuwen hebben op zaterdag geen tijd te verliezen. Immers, zondag is de dag des Heren. Dat betekent; zaterdag vroeg de markt op om goedkope groenten en fruit te scoren voor het in sommige gevallen wel tien-koppen-tellende gezin, en daarna de kledingzaak in voor nieuw ‘zondags goed’. En dan liefst een maatje te ruim, zodat minstens drie broertjes het ook nog zouden kunnen dragen. Natuurlijk, ik generaliseer dat het een naam mag hebben, maar zo kom je ze hier niet tegen.

Een vraag die ik in gesprekken over werk met vrienden wel eens voorbij hoor komen, is; help je ook wel eens vrouwen in de winkel? Om het geromantiseerde beeld maar direct om zeep te helpen; ik werk op de herenafdeling. Betekent dit gegeven dat ik nooit vrouwen help? Neen, integendeel, ook dames betreden wel eens de herenafdeling met hun mannen, vrienden of zonen. Soms tref je zelf wel eens een vrouw alleen. “Ik ben een beetje aan het ‘voor-shoppen’. Zaterdag neem ik hem mee en ik wil alvast wat ideeën hebben, want hij houdt er niet van, van shoppen.”

Verwacht ook hier weinig romantiek tussen verkoper en klant. De meeste vrouwen benadrukken graag hoe breed hun man is, en dat ze daarom toch echt wel een maatje XL nodig hebben. “Want hij is zo breed, die vent van me. En vooral op zijn schouders ook. Echt heel breed”. Ik zie mannen nog niet zo snel ‘voor-shoppen’. Dat ze dan in de Miss Etam tegen een verkoopster staan op te scheppen. “Ze heeft echt schitterende benen, mijn vrouw, alles staat haar goed. En mooie ogen ook. Hoewel dat natuurlijk niet relevant is, voor de broek die ik voor haar op het oog heb. Maar ze heeft ze wel, mooie ogen. Poeh.”

Maar dit volledig terzijde. Afgelopen zaterdag was het, na bijna vijf jaar werken in een kledingzaak, dan toch eindelijk zo ver. Ze verscheen opeens om de hoek bij de paskamer waar ik op dat moment geposteerd stond. Hoogblonde, sluike haren, echt Scandinavisch blond, sprankelende blauwe ogen, een gulle glimlach. Onze blikken vonden elkaar. De roze kleuren in haar T-shirt kleurden naadloos bij het roze in haar schoenen. Langzaam stapte ze me op me af.

Enkele momenten later leerde ik haar naam kennen; haar ouders, voor de zoveelste keer die dag op zoek, riepen haar naam door de winkel. Ze heette Robin, en de vrolijke blondine was, ruw geschat, een jaar of zeven jong. Robin nam de tijd om me te introduceren met alles wat haar bezig hield, haar hele hebben en houden. Uit een al nèt-zo-roze rugtasje verscheen een C1000-geluksvogeltje dat ze met gepaste trots liet zien. Ook haar kleine knuffelhondje werd fier de lucht in gestoken, en na het tevoorschijn toveren van onder andere een pakje Spongebob-sap en een zakje Nibbits begon ik me af te vragen hoeveel er in zo’n klein rugtasje past. Er kwam ook nog een zonnebril uit tevoorschijn, waar ze al even trots op was. Ze zette hem op, draaide dartelend drie rondjes voor de grote spiegel, en zei: “Mooi hè”. Meer concluderend dan vragend, overigens. Nadat ik vaderlief aan wat polo’s en een paar korte broeken had geholpen, kreeg ik nog een dikke high-five van Robin. Na het afrekenen zwaaide ze nog een laatste keer.

Een welgestelde man op zoek naar een zwemshort, een jongen met een paar gekleurde T-shirts en een Pool die zijn zonnebril was vergeten later, ontdekte ik dat er iets lag te glinsteren op de stoel bij de paskamer. Ik zag direct wat het was. Robins armband. Ook die had ze me met veel schwung laten zien. Snel nam ik de roltrap naar beneden, naar de damesafdeling. Mijn gok bleek juist te zijn; ook moederlief had nog wat ‘zomers goed’ nodig. Robin was verheugd. Ik hurkte neer naast haar en zei: “Kijk eens wat ik gevonden heb?”. Ik ben niet iemand die opschept over zijn uitwerking op dames, maar lezers, geloof me als ik schrijf dat ze smolt. Oké, oké, veel te vroeg in onze relatie had ik sieraden nodig om dat voor elkaar te krijgen, maar toch. Na een opgelucht woord van dank voegde ze zich weer bij haar ouders. Om haar onbezorgde pad te vervolgen en hopeloos verliefd te worden op de eerstvolgende supermarktmedewerker die het koddige meisje een extra geluksvogeltje gunt. 

dinsdag 24 april 2012

Stadswinkel


Voor de mensen onder ons waarvan het gemoed nog niet bewolkt genoeg is door de dit jaar wel erg vroeg ingetreden herfst, ik heb een plek gevonden waar de wereld nog net iets donkerder lijkt dan hij al is. Deze plek is onder burgers beter bekend als de stadswinkel. Een oord waar hoop in het leven ver te zoeken is, waar je zonder afspraak (zonder afspraak, zonder afspraak, hoezee!) terecht kunt tussen 8 en 11 uur ’s ochtends. Een afspraak maken kan alleen ’s middags, en wie wil er nou kostbare middagtijd spenderen in deze plek? Het donkerste van de dag kun je maar beter achter je laten in de ochtend, want wie weet schijnt ’s middags onverhoopt achteneneenhalve minuut de zon.

Natuurlijk overdrijf ik marginaal. De stadswinkel is een plaats waar je zo kan binnenlopen, tegen iemand mag vertellen wat je daar denkt te komen doen. Een plaats waar je een nummertje krijgt en vervolgens enige tijd moet wachten. Wachten om met een medewerker over geplande taken te converseren om vervolgens niet onverrichter zake huiswaarts te keren. Het concept is helder. En ze nemen het serieus in de stadswinkel. Een nette jongeman gekleed in een gilet en een blouse zo stralend wit dat een ijsbeer er jaloers van zou worden (overigens, waarom zijn ijsberen nooit écht wit?) observeert de ruimte, voorziet geen moeilijkheden, neemt plaats achter zijn desk en drukt op een knop. Een volgend nummer verschijnt op een scherm, B175, ophalen reisproduct.

Ik kijk op mijn kaartje, B176, en vraag me af hoe ze zo snel het gat tussen B143 en B175 hebben kunnen dichten. Ik zie een hoogzwangere vrouw plaatsnemen op de overigens veel te kleine krukjes voor de desk. Nogmaals, ik overdrijf dus marginaal, ze houden zelfs rekening met zwangere vrouwen, de stadswinkel krijgt zowaar een menselijk gezicht. De volgende oproep luidt B144, ik zit hier dus nog wel even. Na de oproep verschijnt op het scherm de boodschap “Als wij als stadswinkel niet aan onze beloften voldoen, ontvangt u van ons een excuus”. Want daar heb je dan wat aan, een excuus. Burgers anno 2012 laten zich blijkbaar afkopen met excuses. Enfin, het wordt goed bedoeld, ik kijk rond me en schat in dat ik de enige persoon in de ruimte ben die stilstaat bij deze mededeling. Daarnaast, de boodschap is al lang weer verdwenen, op het scherm komen nu lokale nieuwsheadlines voorbij. ‘Kunstmatige inseminatie olifant’, Brabant beleeft weer een heugelijke dag.

De reden waarom de stadswinkel zo’n desolate, mistroostige plek is, is het feit dat er voornamelijk bejaarden in de wachtkamer aanwezig zijn. Achter mij in de rij voor het loket staat een oud vrouwtje zich hardop murmelend af te vragen waar ze moet zijn. Voor de duidelijkheid; er is één rij, één loket. Ze besluit eerst een andere kant van de ruimte nader te onderzoeken, om vervolgens naar een andere desk te lopen, waar ze netjes terug wordt verwezen naar de rij. Ik hoor haar mopperen over dat ze “van het kastje naar de muur gestuurd wordt”. Er hadden natuurlijk geen kastjes en muren bezocht hoeven worden mits ze gewoon in de duidelijk aangegeven rij had plaatsgenomen. Ze krijgt al snel bijval van meer ouderen. Er wordt in een mum van tijd een klaagmuur opgetrokken waar medewerkers van het klachtenmeldpunt van de Nederlandse Spoorwegen geen brood van zouden lusten, en die zijn toch echt heel wat gewend. Alle denkbare clichés komen voorbij: “vroeger was alles beter”, “deze onduidelijkheid kun je bejaarden niet aandoen”, en meer van dit soort fossiel gezwam.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb niks tegen bejaarden. Ik heb zelf natuurlijk ook een opa en oma, lieve mensen, absoluut geen zeurkousen. Hoewel ik misschien enigszins vooringenomen ben, dat geef ik schoorvoetend toe. Ik geloof trouwens oprecht dat iedere zoon of dochter en alle kleinkinderen een bepaald gen hebben. Een speciaal gen dat er voor zorgt dat zaken waaraan we ons ergeren bij gemiddelde bejaarden niet zichtbaar zijn bij eigen ouders en grootouders. Maar dit terzijde. Ik begrijp oprecht niet waarom bejaarden die de hele dag niks te doen hebben niet gewoon ’s middags een afspraak maken zodat ze niet hoeven te wachten. Immers, dan hoeven ze ook niet zo ontzettend te zeiken over het desbetreffende wachten. Hoewel, niks te doen? Waarschijnlijk moet er ’s middags nog een krant naar een buurvrouw worden gebracht, en is het lastig om daarna op tijd klaar te zitten voor Lingo. Stel je voor dat die buurvrouw moet missen dat er een olifant kunstmatig geïnsemineerd is, dat is natuurlijk volstrekt ondenkbaar. Als ik al even zit te wachten zie ik een oud vrouwtje de wachtruimte in schuifelen. Ze is niet slecht ter been, maar ze bedankt me toch vriendelijk als ik haar mijn zitplaats aanbied. Ik zie de bui al hangen op deze toch al wisselvallige dag, dat het grijze gepeupel ook nog gaat lopen emmeren over de weinig attente jeugd van tegenwoordig. Geen dank mevrouw, maar ik ga de sterk vertegenwoordigde kolonie bejaarden natuurlijk geen nieuwe reden tot klagen verstrekken.


maandag 23 april 2012

Vrijgezellenweekend

Nee, liefje
Waar zie je me voor aan
Ik wed om honderd euro
dat ik niet ga gokken
in Las Vegas.

De Nacht (gedicht)

Elke dag vergezel ik je,
maar slechts in de donkere uren
Mijn liefde verblindt je,
Dat kan wel een halve dag duren

Zwart en abstract
Zonder licht, ontneem ik je zicht
Visueel verzwakt
Puur auditief, heb ik je lief

Ik breng je in de war,
Je sensorisch register op tilt
Misschien maak ik je onrustig,
Terwijl normaal alles in mij verstilt

Fris en guur,
In de kou, hou ik van jou
Mooi en puur,
Zo stil, jij bent wat ik wil

Zonder acht te slaan op je gebrek aan zicht
Speel ik met je gehoor
Geleidelijk zie je mijn ware gezicht
Langzaam dring ik tot je door

Je voelt me waar je me wilt voelen
Je voelt me waar je me verwacht
Je kent mijn donkere verlangens al langer
Je kent me als de nacht

To blog or not to blog

To blog or not to blog; uiteindelijk ben ik overstag, ik ga bloggen. Onder het mom van 'ik blog dus ik besta' deel ik vanaf vandaag op zeer onregelmatige wijze (ik verplicht mezelf vooralsnog niks dus rep niet over termen als 'dagelijks' of 'wekelijks') flarden tekst met jullie. Flarden tekst zoals columns of gedichten. Ik hoop dat jullie het leuk vinden om over mijn schouder mee te lezen.

- Tim