donderdag 13 juni 2013

FHM's Buurmeisje van 2013



Samen met M. loop ik van de veel te dure parkeergarage naar het ietwat pretentieuze etablissement Little Buddha. Twee Zeeuwen in de Big City. En hoewel we allebei al lang in Tilburg wonen, en dus geen Zeeuwen meer zijn maar import-Brabo’s, is Amsterdam toch wel andere koek. M. zegt: ‘Ik wil later ook in een stad met trams wonen. Desnoods nog Delft, ofzo. Man, wat zou ik hele dagen in de tram zitten’. Ik vind het altijd leuk om Amsterdam te bezoeken, maar ik ben er nog niet over uit of ik er zou kunnen of willen wonen. Maar ik ken natuurlijk wel toe dat zo’n tram meer charme heeft dan de Tilburgse Arriva-stadsbussen. Wanneer je in Amsterdam de bel van een tram vrolijk hoort rinkelen, dan wijk je eens rustig uit, terwijl het belletje de herinnering aan het ik-ben-in-Amsterdam-gevoel triggert. Als je in Tilburg een Arriva-claxon hoort, weet je dat je moet fietsen voor je leven, want de Brabantse busberijders hebben een teringhekel aan tweewielers.

Bij de deur van Little Buddha doet het dienstdoende deurmeisje er erg lang over om te ontdekken of twee gasten, ondanks dat er iets te doen is in de toko, nog een hapje kunnen eten binnen. Want ja, er is iets te doen. Wij zijn daar op uitnodiging van M’s vriendin V. Zij werkt voor For Him Magazine, en op deze doordeweekse avond wordt de befaamde Buurmeisjes Award uitgereikt. Wij staan zodoende op de gastenlijst en kunnen zo doorlopen. Daar kan ik wel aan wennen.

Bij binnenkomst worden we direct geconfronteerd met de hoofdsponsors voor deze avond; Muchachomalo (Spaans voor foute/stoute jongen) kleedt de buurmeisjes in de bikinironde. Verwachting: akelig kleine setjes badkleding. Van de andere sponsor krijgen de gasten direct een hip drankje in de handen gedrukt. Malibu tequila 7-up met limoen. Schrijven we mee? Ik verzin het niet eens. Allicht niet nodig om te vermelden, maar daar heb ik er geen tweede van besteld.

Binnen is het uiteraard zien en gezien worden. M. en ik zijn al snel blij dat we niet zijn gegaan voor een combi zwart jasje, wit bloesje, want die waren reeds oververtegenwoordigd. Uiteraard nonchalant afgemaakt met een jeans en gympen. En ik zeg nonchalant, maar wie zijn witte All-Stars zo wit weet te houden, die heeft van dat woord nog nooit gehoord. De penetrante A&F Fierce lucht is eveneens oververtegenwoordigd en zorgt er meerdere malen voor dat ik bijna heel hard moet niesen.

De show begint, en de avond wordt aan elkaar geluld door Sol Wortelboer, mij voornamelijk bekend van het opblazen van dingen, elke zondagavond op Comedy Central, samen met Horace Cohen. Dat vindt elke man toch tof, een beetje fik stoken en dingen slopen? En een Buurmeisjes-avond aan elkaar lullen, dat vindt toch ook elke man tof? Blijkbaar kan Sol dus leven van dingen die mannen tof vinden om te doen, waarvoor respect. Sol blijkt in het echt nog kleiner dan op tv, en de buurmeisjes hebben daar natuurlijk weinig rekening mee gehouden in de keuze van pumps. De avond wordt zodoende een beetje ‘De dwerg en de vele Sneeuwwitjes’, maar Sols pretoogjes zijn er niet minder om. In de jury zitten onder andere de bepaald niet onappetijtelijke Miss Universe, en Jan Roos, voornamelijk bekend als de ietwat banale, perverse verslaggever van PowNews, kenmerken waarmee je je blijkbaar prima kwalificeert om een avondje naar vrouwelijk schoon te mogen loeren.

De avond begint met een voorstelronde van de Buurmeisjes. Natuurlijk zijn het allemaal dotjes om te zien. Ordinaire dotjes, dat wel, zo blijkt al snel. In de introductiefilmpjes blijkt hoever de dotjes willen gaan om FHM’s Buurmeisje van 2013 te worden. Tot brakens toe shotjes zuipen, in een kruiwagen met slangen liggen, in de koeienstront springen, moonen op een voetbalveld. Echt classy dus. Eén van de dotjes is schipper (schipster?) op de binnenvaart. Hoe kun je dan iemands buurmeisje worden? Ik applaudisseer beleefd voor het vrouwelijk schoon dat het podium betreedt, totdat Sol een meisje introduceert met de woorden: ‘Ze is 19 en heeft net haar HAVO examen gehad!’ Gezien ik een lerarenopleiding doe, zou ik zoiets dus gerust in mijn klas kunnen hebben volgend jaar. Een paar rijen verderop fluit een man die mijn vader had kunnen zijn hard op zijn vingers, terwijl ik mijn handen enigszins beschaamd in de broekzakken laat zakken.

Daarna begint de bikinironde. Verwachting ingelost. Dus: veel foto’s schieten met mijn telefoon en ze doorsturen naar vriend G., die helaas verhinderd was en daarom niet mee kon komen loeren. Ik ben de beroerdste niet. Ook de talentenronde is een groot succes. Dotje 1 blijkt goed met dieren en komt daarom het podium opzetten met haar kaketoe Shakira op haar arm. Daarna laat ze nog een niet nader gespecificeerd reptiel (een mini-dinosaurus?) over zich heen kruipen. De talenten blijken nogal uiteen te lopen. Waar het ene dotje nog moedig een liedje zingt, komt het andere dotje niet verder dan het nadoen van een kip. Het zoveelste dotje heeft blijkbaar voor zichzelf al lang toegekend geen talenten te hebben, en trakteert Jan Roos op een lapdance.

Uiteraard wint ze hiermee de titel Buurmeisje van het jaar 2013. Ze is door het dolle heen. In de groep overgebleven Buurmeisjes die achter haar op het podium staan toe te kijken hoe de kleine lapdancer er met de prijs van doorgaat, blijkt al snel wie de toffe dames zijn. Een deel staat zichtbaar hun wrok te verbijten, terwijl bijvoorbeeld het minidinomeisje alweer lekker staat te dansen met een air van deze-avond-nemen-ze-me-niet-meer-af. De winnares vliegt haar moeder in de armen, een vrouw van om en nabij de vijftig met een vieze vuile gebronsde borstpartij die uit haar te kleine jurkje puilt. Trots duikt ze naast haar dochter op elke foto die van de winnares gemaakt wordt, om het kiekje definitief ongeschikt voor minderjarigen te maken. De zaal loopt langzaam leeg, en ik ga naar het toilet om te pissen. Bij het aangrenzende urinoir staat Jan Roos uit zijn lul te brullen. Hij legt me uit dat de emancipatie dit soort avonden kapot heeft gemaakt: geen van de deelneemsters was bereid hem te pijpen voor de winst.

Het pretentieuze Little Buddha loopt leeg op een best wel christelijke tijd en de FHM-crew praat nog wat na. V. stelt haar vent M. trots voor aan al haar collega’s. Wie ik dan ben? Ik leg uit dat ik goed bevriend ben met het stel, M. al ken sinds de middelbare school, en tevens in hetzelfde appartementencomplex woon. ‘Oh, dus jij bent eigenlijk de Buurjongen van 2013?’ En zo is het maar net.

maandag 3 juni 2013

Stof tot nadenken



Met een snerpende piep opent mijn hok zich. Tergend traag gaat de deur open. Langzaam glijdt het weinige daglicht uit jouw hok het mijne tegemoet. Jij hebt tenminste ramen. Ik snap niet waarom je jouw ramen altijd half toedekt met stoffen lappen. Ik ben niet erg dol op stof. Stof moet weg. Misschien houd je ook niet van stof, en houd je daarom je ramen gesloten. Immers, in de zonnestralen zie je stof rond dwarrelen. Soms blaas je wel eens, heel hard, tegen een lampenkap, of over de bovenkant van je boekenplank. Dan is het net alsof het sneeuwt, maar dan binnen. Toen je me een keer in de winter uit mijn hok nam, kon ik door de half geopende ramen zien hoe in het park, ver onder jouw hok, een hond door de sneeuw aan het rollen was. Het beestje was door het dolle heen. Zijn bruine vacht niet langer bruin, maar wit. Wit, als de plas melk waar je ooit mijn muil in duwde. Die kreeg ik niet weg. Nee, dat ging niet goed. Ik deed mijn best hoor, maar ik viel al snel uit. Mocht ik een weekje naar een ander hok, waar een man me kietelde met schroevendraaiers. Toen je me weer op had gehaald, heb je me daarna nooit meer met mijn zuiger door de zuivel gehaald. Jammer. Want jij krabt mijn rug nooit met schroevendraaiers. En ik vond het wel leuk, om eens een ander hok te zien dan het jouwe en het mijne. Daarom snap ik ook niet waarom je je ramen afsluit. Wanneer je ramen open zijn, is jouw hok oneindig, en is er altijd iets anders te zien. Maar ach, hoewel ik ben gemaakt om veel tot me te kunnen nemen, ben ik niet gemaakt om alles te begrijpen.

Mijn hok is muf. Veel muffer dan het jouwe. Hoewel, als we elkaar lang niet zien, is jouw hok soms ook muf. Maar je hoort mij niet klagen, hoor. Ik pas prima in mijn hok. Je hebt zelfs een haak in de muur gemonteerd, waar ik met mijn nek in kan rusten. Hang ik met mijn muil vlak naast dat blok. Dat zacht tikkende blok. Ik weet niet precies wat het blok doet. Vale lampjes zorgen voor een flets licht in mijn hok, maar ze haperen, en verspringen soms. Cijfers dansen een slome wals, wisselen elkaar af op de zwak verlichte dansvloer. En hoewel het getal langzaam oploopt, komt het blok nooit tot een apotheose. Er gebeurt niks, er ontploft niks. Er komt zelfs geen vogeltje uit, zoals bij het kastje dat de oude vrouw die ooit op jouw hok kwam passen mee had genomen. Die vrouw was overigens net een grijzere, gesmolten versie van jou. Zonder het kastje met het vogeltje voelde ze zich niet thuis, hoorde ik haar uitleggen aan jou. Het was wel een lieve vrouw, hoor. Ze nam me elke dag uit mijn hok, ging met mij aan de slag totdat het vogeltje haar zeven keer riep, en dan keek ze Lingo op jouw beeldkast. Na Lingo bracht ze me weer terug naar mijn hok, terug naar mijn rustplek, en het zacht tikkende blok naast me. Ik geloof dat je het ooit een meterkast noemde, of zo iets dergelijks. Eens in de zoveel tijd komt er een man met een notitieblok naar kijken. De eerste keer dacht ik dat het de schroevendraaier-kietel-man was, maar die hoop heb ik ondertussen opgegeven. Hij gunt me geen blik waardig, heeft enkel aandacht voor mijn buurman, die zogenaamde meterkast. Hij tekent zelfs zijn flakkerende lampjes na in zijn notitieblok. Wat is het toch, dat jullie mensen alles willen meten?

Het enige wat aan mij ooit gemeten is, is mijn staart. Om te controleren, of hij wel de beloofde vijftien meter lang is. Voor je mij ontmoette, heeft een man met een rood overhemd een tijdje op mij en nog wat van mijn soortgenoten gepast. Aardige man. Toen je naar me kwam kijken, vond hij het nodig om meerdere keren op te scheppen over mijn staart. ‘Ja mevrouwtje’, zei hij dan, ‘deze jongen heeft een staart van vijftien meter’. Je leek daarvan onder de indruk. Ik snap niet helemaal waarom. In jouw hok is er geen staart van vijftien meter nodig, om mij alle hoeken van de kamer te laten zien. Ik weet niet of andere mensen grotere hokken hebben, maar mijn staart is in jouw hok volkomen overbodig. Ach, mijn soortgenoten bleken niet zo’n lange staart te hebben, en degene met de langste, die wint natuurlijk altijd. Toen de man die op mij paste iets over mij uitgelegd kreeg van een jonge, gladde kerel in een mooi pak, werd mijn lange staart zelfs een unique selling point genoemd. Wat dat dan ook moge zijn. Ik vond het altijd wel vleiend als gladde-pakken-jongen mij bij mijn naam noemde, en dan zei dat er ‘geen betere is’. Hoewel ik genoeg relativeringsvermogen heb om met alle wielen op de grond te blijven staan, hoor. Want waar ik gemaakt werd, waren vele broers. En die broers deden volgens mij niet onder voor mij. Tenzij mijn broers wel melk lusten, misschien.

We zien elkaar de laatste tijd minder. Volgens mij gaat het minder goed met je. Ook deze keer merk ik weer dat je grip rondom mijn nek verstevigd is. Met vieze, volvette, mollige handen trek je me nu de kamer door. Je hok is ook echt vuil aan het worden. Vroeger ontdeed ik je hok hier en daar van wat crackerkruimels, maar nu liggen er overal chips, vooral wanneer je me met mijn muil tussen de kussens op je bank duwt. En het worden ook steeds meer verschillende soorten chips, eerst waren het rijstcrackers, maar nu smaken ze naar vette kaas, en de laatste keer kreeg ik zelfs drie borrelnoten te verwerken. De lege chocoladewikkels zijn al helemaal lastig te verteren, ik krijg ze nauwelijks meer weg. Als ik er nog één of twee moet slikken, moet je me denk ik weer naar de schroevendraaier-kietel-man brengen. De vochtvlekken in je tapijt zijn reeds ingedroogd wanneer je ze aan mij laat zien, en ze ruiken ook niet meer naar zuivel. Ze ruiken steeds sterker naar gistende druiven, anders dan dat kan ik het niet omschrijven. Je gaat ook anders met me om. Waar we vroeger een nauwkeurig uitgevoerde tango dansten door jouw hok, is het nu meer een nonchalante, bezopen carnavalspolonaise. En ik weet dat je meubels slechts van de Ikea komen, en dat een buts meer of minder daarom niet zo’n ramp is.. Maar hee, ik heb ook gevoelens, hoor.

Het is duidelijk. Ik maak me, volgens mij terecht, zorgen om je. Ik snap niet waarom je doet wat je doet, en waarom je nu bent wie je bent, of wie je bent geworden. Wanneer je me terugzet in mijn hok, en ik afkoel van het rommelige rondje, denk ik na, maar ik kom er niet uit. Of, ja, één ding is me opgevallen, de laatste tijd. Vroeger zoog ik, behalve jouw haren, enkel zachte, walnootbruine, halflange haren op. Ze waren weliswaar ietsje dikker dan de jouwe, maar ik kreeg ze makkelijk weg. Sinds een tijdje kom ik die haren niet meer tegen. Aanvankelijk was ik er blij mee; minder werk voor mij. Maar de laatste tijd is het raak, het begon met lange, stugge, blonde haren, die daarna werden afgewisseld met zwarte, gortdroge, stoppelige korte haren, dikker dan de flosdraad die je soms in de badkamer laat slingeren. En laatst verslikte ik me zelfs bijna in een klosje rossige haren, het moet niet gekker worden. Maar goed, zoals ik al zei, ik kom er niet uit. Meer haren maken blijkbaar niet gelukkig, maar hoe de vork precies in de steel steekt, dat begrijp ik niet. Maar ik zei het al eerder, hoewel ik gemaakt ben om veel tot me te kunnen nemen, ben ik niet gemaakt om alles te begrijpen. 

dinsdag 26 maart 2013

Pokkenweer


Ik ben verzot op onstuimig, weerbarstig pokkenweer
neerdartelende, vadsige, natte, dwarrelende vlokkenweer
nog geen blijk, nog geen enkele schijn van korte rokkenweer
eerder warme zompige, zweterige geitenwollen sokkenweer

Van dat waardeloze weer, dat maakt dat je van je fiets af waait
dat vele bloemperkjes verwoest, daar niks dan ellende zaait
terwijl de regen je hardhandig in het schrale gezicht aait
en de woeste wind je wild in de natgeregende haren graait

Ik ben dol op kletterend, kermend, gierend goor klotenweer
het stinkende moerassige, drassige, vieze vuile slotenweer
vieze mouwen – want in mijn mouw, mijn neus gesnotenweer
onophoudelijk overstromende, rammelende regengotenweer

En wanneer ik iemand op het weer hoor vloeken, zonder omslag
iemand die net nog met zijn neus, razend en tierend, in de modder lag
en ik gniffelend, gemeen, maar gemeend, stiekem in mijn vuistje lach
kan ik alweer niet wachten op morgen, weer zo'n pokkenweerdag.

maandag 18 maart 2013

Turkse Bruiloft


Merhaba, okuyucu sayısı. Dat is Turks, voor hallo, lezers. Ondergetekende kan weer iets van zijn lijst met levensdoelen schrappen. Afgelopen weekend heeft uw geliefde schrijver een Turkse bruiloft bezocht. Het zat zo. Eén van mijn collega’s, Tunay, stapte afgelopen weekend het Turkse huwelijksbootje in. Of ja, hij kwam aanrijden in een Range Rover, zo dik dat hij gerust de competitie aankon met een containerschip. Les één voor mij en mijn collega’s: een beetje uiterlijk vertoon misstaat niet op een Turkse bruiloft. Gelukkig hadden we allemaal onze scherpste kloffies uit de kast getrokken, dusdanig dat we elkaar bijna niet meer herkenden, we zien elkaar immers voornamelijk in onze bedrijfskleding. Ietwat gespannen en voornamelijk nieuwsgierig liepen we de zaal in, waar we helemaal niet meer om het uiterlijk vertoon heen konden. Wie denkt dat een Turkse bruiloft een suffe hoofddoekenparade is, komt bedrogen uit. De dames, schitterend opgemaakt, gehuld in jurken in alle kleuren van de regenboog, doen vermoeden dat de regenboog in Turkije meer kleuren bevat dan de onze. En ook de aanwezige heren schuwen de maatpakken niet. Door een neef van een dochter van een tante van, werden we naar onze tafel geleid. Elke uithoek van beide families is aanwezig, dus reken op een grote zaal vol. Het feest kon beginnen.

Daar zaten we dan, de ‘Hollandse tafel’, als een zeker klein Gallisch dorpje, moedig stand houdend, in het in dit geval Turkse rijk. Observerend. Afwachtend. Een poging om de gebruiken te doorgronden. Laat me iets uitleggen over Turkse bruiloften; ze berusten deels op Islamitische gebruiken, en zodoende wordt er dus geen alcohol geschonken bij de bar. Ik zeg dus, bij de bar. Al snel maakten we kennis met een familielid van de bruid (een verre achteroom?) die ook aan onze tafel zat. Na kennismaking reikte de beste man voor de rest van de avond de flessen Jack Daniels aan onder tafel, om onze sobere colaatjes wat in te kleuren. En natuurlijk kun je dat dan hypocriet vinden, want iedereen doet het, en iedereen weet dat het gebeurt. Maar uiteindelijk gaat het om het respecteren van een bepaalde norm, en om het niet de mensen voor het hoofd stoten die meer waarde hechten aan deze norm dan anderen. Ik kan niet anders zeggen dan dat we daar eigenlijk van zouden kunnen leren.

De sfeer aan tafel werd wat losser, er schoven nog wat jongere kerels aan. Kekke mannetjes, gladde haren, netjes geschoren, charmeurs. Bij het diner vonden zij hun roeping en legden ze ons de Turkse eetgewoonten uit, toen ze zagen dat met name de dames onder mijn collega’s iets te netjes aan het eten waren. Want, legden ze uit, Turken eten niet netjes. Niks geen mes en vork. Met de vork gewoon ouderwets rammen, en voor de rest lepel je de rest met Turks brood naar binnen. Een soort van verhuld met de handen eten, alleen hangt er dan nog een stuk brood tussen. Turken houden van praktische zaken. Dit bleek even later ook toen de  charmeurs ons mee de dansvloer opnamen. Wanneer Turken dansen, strekken ze hun armen in de breedte, en knippen ze met hun vingers. Dit probeerden we allemaal even uit, en al snel had ik een openbaring. Ik ga deze tactiek voortaan ook in de kroeg hanteren, eindelijk weet ik wat ik met mijn handen kan doen, als ik op de dansvloer sta. Meestal voel ik me compleet uit mijn doen zodra mijn bier leeg is. Wanneer ik het glas heb weggezet, en mijn anders zo praktische handen onhandig langs mijn lichaam bungelen. Zodoende bestel ik, om dat te voorkomen, maar weer nieuw bier, met alle gevolgen van dien voor de volgende dag: geld op, en hoofdpijn.

Overigens, op een Turkse bruiloft zit je braaf aan tafel, of je danst alsof je leven er van afhangt. Er is geen middenweg. Geen toekijkers op de dansvloer. Buiten koelden we even af, rookten de liefhebbers een peuk, en hadden we, niet langer overstemd door de Turkse muziek, nog een gesprek met onze Turkse nieuwe vriend, ofwel de whiskey-distributeur. Hij vertelde dat hij een döner-zaak heeft, en al zesentwintig jaar in Nederland woont. Op de vraag of hij wel eens last had van Nederlandse vooroordelen en discriminatie, legde hij uit dat dat in het begin wel meer aan de orde was. Sinds hij de taal meer beheerst gaat het allemaal veel beter. Maar hij was daarbij wel zo eerlijk om toe te kennen dat hij in het begin geen snars begreep van ons taaltje, en dat hij achteraf ook wel kon begrijpen dat mensen boos waren wanneer hij ze een Fanta voorschotelde, in plaats van de bestelde Cola Light. Zo toegeeflijk was hij dan ook weer wel.

Van onder de tafel uit, kwam er in het verloop van de avond iets meer drank in de man, en er werd meer en meer gepraat. Bij onze charmeurs voegden zich nog wat broertjes en neefjes van. Het woord werd steeds hoger gevoerd, en er werd zo her en der ook wat meer opgeschept. Eerlijk, ze schepten zelden op over zichzelf, maar liever over hun neefjes, broertjes, of wat het dan ook waren, waarvan overigens het merendeel een ‘serieus te nemen’ voetbalverleden had. 
"Dit is mijn neef, toen hij in de jeugd zat, sloopte hij iedereen, jonge. Ik zweer het, ik heb het zelf gezien. Hij sloopte Van Wolfswinkel, en hoe heet die flikker, Afellay. Hij sloopte ze allemaal."
Les twee, en let op, een hele belangrijke: als je wat mee wilt praten over voetbal, tast dan eerst voorzichtig af welke club er gesteund wordt. Meng je niet in discussies over Galatasaray versus Fenerbahce. Wanneer ze trouwens wél opscheppen over zichzelf, ontpoppen de charmeurs zich als ware clowns. Neef A. constateerde op den duur dat hij geen bereik had met zijn telefoon: 
"Shit, ik heb geen 3G." 
Oom B reageerde ad rem. 
"Ik heb al 4G!", waarop Broer C inkopte: 
"Fuck jullie, ik heb al 65G." 
Broer C stelde zich overigens even later voor aan mijn bedrijfsleidster als ‘Big Sexy’. De bedrijfsleidster, lange blonde vrouw van ongeveer 1.90, anderhalve kop groter dan ‘Big Sexy’, en überhaupt de langste persoon aanwezig die avond, was uiteraard niet bijzonder onder de indruk.

Ik kan nog wel even doorgaan met anekdotes van deze avond, maar je moet gewoon gaan, om het mee te maken. Voeg een Turkse bruiloft toe aan je bucket-list. Als je geen Turkse vrienden hebt, zoek er dan snel een paar. Ja, ik zeg een paar. Spreid je winkans, zodat je er in ieder geval één meemaakt, maar het liefst meerdere. Ontmoet Big Sexy en zijn kleurrijke neven. Ik hoor u denken, het zou wel heel toevallig zijn, als Big Sexy daar dan ook is, maar ik heb een onderbuikgevoel dat elke familie wel een ‘Big Sexy’ heeft. Ik overweeg serieus een Turkse te trouwen om het feest nog intenser mee te maken. Ik heb de looks, verzekerden de charmeurs me, want, ik leek op een Turkse ster. 
"Kijk hem, met die kuif, hij lijkt op Murat Boz. Net zoiets als Tarkan, zeg maar, Google hem maar!", maar zelfs Big Sexy’s 65G had er even moeite mee. 
"Ik zweer je, je lijkt echt op hem. Ja, je bent wel dikker, maar nou en." 
Goudeerlijke boys, die Turken.

P.S. Tunay, bedankt voor de uitnodiging. Jullie waren schitterend samen, hulde aan het bruidspaar.

woensdag 6 maart 2013

Biechten


Biechten is de bom. Spijt hebben van dingen die je verborgen hebt gehouden totdat je jouw moment kiest om het van de daken te schreeuwen. Want, heel belangrijk, je kiest zelf je moment. Dat is nu zo’n beetje het ding. Wil je een beetje meedoen met deze trend, sla dan alle vermoedens, hoe evident ook, volledig in de wind. Ook al hangen de koekkruimels in je baard: blijven ontkennen dat jij dat pak Bastogne naar binnen hebt gewerkt. En dan al je collega’s bij elkaar roepen voor een werkoverleg. In de wandelgangen wordt koortsachtig gespeculeerd waar het spoedberaad over zal gaan. Neemt hij ontslag? Staan onze banen op de tocht? En dan maak je een groots, dramatisch gebaar, laat je een traan, en bied je jouw oprechte, welgemeende excuses aan voor datgene wat iedereen al van je verwachtte. Oprechtheid en welgemeendheid zijn hier absolute sleutelbegrippen.

Anno 2013 doe je niet meer mee als je niet liegt. Als een pientere Pinoccio een lange neus trekken naar al die wauwelende waarheidszoekers. En dan biechten, anders heb je voor niks al die moeite gedaan om met je duistere zaakjes het daglicht te mijden. En natuurlijk, een doos Bastognes leeg vreten is niet erg genoeg. Zoek het in extremen. Je snapt waar ik naar toe wil. Dender als een sneltrein de bergweggetjes door van Liège, naar Bastogne, en weer terug, en dat alles op een tweewielertje. Ram daarbij wel een spuit in je aderen. We hebben het over wielrennen. Vandaag is de dag dat Boogerd op de biechtstoel zat in de NOS-kerk. Hij vertelde daar wat we eigenlijk allemaal al wisten. Ook onze Michael heeft gebruikt. En dan heb ik het niet over anti-lek-banden, die overigens een illusie zijn. Ik heb het over doping, prestatieverhogende middelen. Biechten is de shit, maar voor de dag komen met dopinggebruik, oei oei, dan ben je een echte.

Dus, hier gaan we dan maar. Honderd procent live, op mijn eigen blog (denk bij de juist uitgevoerde biecht altijd aan commercie en gezichtsbehoud). Ook ik was jong in de periode die Boogerd duidt als de hoogtijdagen van de doping. Dus ook ik voelde de druk om mee te kunnen met de rest. Dit begon al op het schoolplein. Totdat ik epo ontdekte, was het voor mij een volstrekt raadsel hoe de snelste jongens van de klas op het plein rondjes van twintig tikten op de dubbelfiets en de duwkar. Na epo, deed iedereen dat. Groeihormonen namen we nog niet, dan kwam je bij busje kruit bedrogen uit als je je achter een parkbankje wilde verstoppen. Pap en mam, weten jullie nog, dat als we vroeger in Frankrijk op vakantie gingen, dat ik dan sprinkhanen ving? Die jongens waren pokkesnel. Zonder bloedtransfusie kreeg ik dat dus sowieso niet voor elkaar, dat jullie dat niet door hebben gehad, zeg.

Frankrijk, waar ik overigens de Tour heb gezien. Niet onder de indruk. Ja, van de reclamekaravaan dan misschien. Leuk, die gratis petjes en sleutelhangers. Maar wat die mannen daar verreden, dat was voor mij niks meer dan het schoolplein in het groot. Ja goed, ze zaten heel saai alleen op een fiets, zo’n dubbelfiets maakte alles gezelliger.

In de loop der jaren bleef het gebruik van prestatieverhogende middelen aanhouden, want ja, je moest toch mee met de groep. Die groepsdruk werd op de middelbare school natuurlijk alleen maar hoger, dus daar ben ik ook met cortizonen begonnen. Een astma-patiënt die nog elf trappen er uit perst bij de shuttle-run bij Lichamelijke Opvoeding en niemand die zijn schouders ophaalt, de cultuur liet het toe. Over culturen gesproken, op mijn vijftiende begon ik bij de supermarkt. De werkdruk daar was ongekend en er werd veel gebruikt om aan de eisen te voldoen. Men kon zodoende wel spreken van een cocaïnecultuur, maar van al de middelen die ik mezelf reeds toediende, tevens naar coke grijpen, ervoer ik als een relatief kleine stap.

Ondertussen ben ik alweer geruime tijd clean. Let overigens op, medebiechter, ter afronding is het erg happening om een emotioneel verhaal op te hangen over hoe je verlangt naar de dag dat je jouw kinderen weer recht in de ogen kunt aankijken. Maar, trouwe lezers, zoals jullie weten, ik heb geen kinderen. Daar heb ik niks over op te biechten. Daar wacht ik even mee totdat het trending is om daar een boekje over open te doen. Ik wil concluderend nog mededelen dat ik oprecht en welgemeend spijt heb (weten jullie nog?) van alle leugens die ik al die jaren verspreid heb. Ik ben trouwens bereid om tegen redelijke betaling, een landelijk uitgezonden televisie-interview te geven over mijn gebruik en met name mijn spijt. En als ik een eigen kleedkamer krijg zal ik zelfs live huilen, mocht dat op prijs gesteld worden. Ik besef me wel dat ik, hoewel een held, geen landelijke sportheld ben. Zodoende zal ik een lucratief aanbod van Omroep Brabant of de Provinciale Zeeuwsche Courant ook niet direct in de wind slaan.

dinsdag 29 januari 2013

Bye, bye, Bea















Bea, daar ga je dan, je tijd is gekomen, de natie huilt
snotterend, met de zakdoek in de hand, laat Holland je gaan
en ziet het toe, hoe het zijn Koningin voor een Koning verruilt
maar niet zonder bij de gevolgen van je vertrek stil te staan

Niemand hoeft nog langer op Prinsjesdag jouw hoed te overtreffen,
dat resulteerde toch in ridicule petjes, een machtig mooi gebruik
dat was om jou naar de kroon te steken, begin ik me nu te beseffen
zal nu voortaan iedereen komen opdagen met een rossige pruik?

Dat zal me wat worden zeg, een heuse Koning Willem Vier
hoewel hij zich Koning Willem Alexander zal kronen, weten
we allemaal beter, we gaan van Prins Pils naar Koning Bier

Zodoende over Koningsdag geen zorgen, dat blijft drinken en keten
we zullen met weemoed aan Bea terug denken als we vol plezier
als een stel bezopen gauchos, gegrilde Argentijnse steaks wegvreten

vrijdag 25 januari 2013

Sneeuw















Donzige dotjes dwarrelen neer, nauwkeurig gericht
en bedekken de straatstenen, dakpannen, vederlicht
geven de omgeving een veranderd gezicht, zodat
alles wit en effen wordt, een onbeschreven blad

Zodoende wandelen we waar we zelf willen gaan
de berm wordt een stoep, we bepalen onze eigen baan
immers, alles is wit, een onbeschreven vel papier
met mijn voetstappen bepaal ik, mijn pad is hier

Eén van de dingen waaruit het oorspronkelijke blijkt
is hoe de lantaarnpaal vanuit de hoogte op je neerkijkt
en in welke richting de prullenbakken staren
het zijn de enige dingen die het ware pad ontwaren