Samen met M. loop ik van de veel te dure
parkeergarage naar het ietwat pretentieuze etablissement Little Buddha. Twee
Zeeuwen in de Big City. En hoewel we allebei al lang in Tilburg wonen, en dus
geen Zeeuwen meer zijn maar import-Brabo’s, is Amsterdam toch wel andere koek.
M. zegt: ‘Ik wil later ook in een stad met trams wonen. Desnoods nog Delft,
ofzo. Man, wat zou ik hele dagen in de tram zitten’. Ik vind het altijd leuk om
Amsterdam te bezoeken, maar ik ben er nog niet over uit of ik er zou kunnen of
willen wonen. Maar ik ken natuurlijk wel toe dat zo’n tram meer charme heeft
dan de Tilburgse Arriva-stadsbussen. Wanneer je in Amsterdam de bel van een
tram vrolijk hoort rinkelen, dan wijk je eens rustig uit, terwijl het belletje
de herinnering aan het ik-ben-in-Amsterdam-gevoel
triggert. Als je in Tilburg een Arriva-claxon hoort, weet je dat je moet
fietsen voor je leven, want de Brabantse busberijders hebben een teringhekel
aan tweewielers.
Bij de deur van Little Buddha doet het
dienstdoende deurmeisje er erg lang over om te ontdekken of twee gasten,
ondanks dat er iets te doen is in de toko, nog een hapje kunnen eten binnen.
Want ja, er is iets te doen. Wij zijn daar op uitnodiging van M’s vriendin V.
Zij werkt voor For Him Magazine, en op deze doordeweekse avond wordt de
befaamde Buurmeisjes Award uitgereikt. Wij staan zodoende op de gastenlijst en
kunnen zo doorlopen. Daar kan ik wel aan wennen.
Bij binnenkomst worden we direct
geconfronteerd met de hoofdsponsors voor deze avond; Muchachomalo (Spaans voor
foute/stoute jongen) kleedt de buurmeisjes in de bikinironde. Verwachting:
akelig kleine setjes badkleding. Van de andere sponsor krijgen de gasten direct
een hip drankje in de handen gedrukt.
Malibu tequila 7-up met limoen. Schrijven we mee? Ik verzin het niet eens.
Allicht niet nodig om te vermelden, maar daar heb ik er geen tweede van
besteld.
Binnen is het uiteraard zien en gezien worden.
M. en ik zijn al snel blij dat we niet zijn gegaan voor een combi zwart jasje,
wit bloesje, want die waren reeds oververtegenwoordigd. Uiteraard nonchalant
afgemaakt met een jeans en gympen. En ik zeg nonchalant, maar wie zijn witte
All-Stars zo wit weet te houden, die heeft van dat woord nog nooit gehoord. De penetrante A&F Fierce lucht is eveneens oververtegenwoordigd en zorgt er meerdere malen voor dat ik bijna heel hard moet niesen.
De show begint, en de avond wordt aan elkaar
geluld door Sol Wortelboer, mij voornamelijk bekend van het opblazen van
dingen, elke zondagavond op Comedy Central, samen met Horace Cohen. Dat vindt
elke man toch tof, een beetje fik stoken en dingen slopen? En een Buurmeisjes-avond
aan elkaar lullen, dat vindt toch ook elke man tof? Blijkbaar kan Sol dus leven
van dingen die mannen tof vinden om te doen, waarvoor respect. Sol blijkt in
het echt nog kleiner dan op tv, en de buurmeisjes hebben daar natuurlijk weinig
rekening mee gehouden in de keuze van pumps. De avond wordt zodoende een beetje
‘De dwerg en de vele Sneeuwwitjes’, maar Sols pretoogjes zijn er niet minder
om. In de jury zitten onder andere de bepaald niet onappetijtelijke Miss
Universe, en Jan Roos, voornamelijk bekend als de ietwat banale, perverse verslaggever
van PowNews, kenmerken waarmee je je blijkbaar prima kwalificeert om een
avondje naar vrouwelijk schoon te mogen loeren.
De avond begint met een voorstelronde van de
Buurmeisjes. Natuurlijk zijn het allemaal dotjes om te zien. Ordinaire dotjes,
dat wel, zo blijkt al snel. In de introductiefilmpjes blijkt hoever de dotjes
willen gaan om FHM’s Buurmeisje van 2013 te worden. Tot brakens toe shotjes
zuipen, in een kruiwagen met slangen liggen, in de koeienstront springen,
moonen op een voetbalveld. Echt classy
dus. Eén van de dotjes is schipper (schipster?) op de binnenvaart. Hoe kun je
dan iemands buurmeisje worden? Ik applaudisseer beleefd voor het vrouwelijk schoon
dat het podium betreedt, totdat Sol een meisje introduceert met de woorden: ‘Ze
is 19 en heeft net haar HAVO examen gehad!’ Gezien ik een lerarenopleiding doe, zou ik zoiets dus gerust in mijn klas kunnen hebben volgend jaar. Een paar rijen verderop
fluit een man die mijn vader had kunnen zijn hard op zijn vingers, terwijl ik
mijn handen enigszins beschaamd in de broekzakken laat zakken.
Daarna begint de bikinironde. Verwachting
ingelost. Dus: veel foto’s schieten met mijn telefoon en ze doorsturen naar vriend
G., die helaas verhinderd was en daarom niet mee kon komen loeren. Ik ben de beroerdste niet. Ook de
talentenronde is een groot succes. Dotje 1 blijkt goed met dieren en komt daarom het podium opzetten met haar kaketoe
Shakira op haar arm. Daarna laat ze nog een niet nader gespecificeerd reptiel
(een mini-dinosaurus?) over zich heen kruipen. De talenten blijken nogal uiteen
te lopen. Waar het ene dotje nog moedig een liedje zingt, komt het andere dotje
niet verder dan het nadoen van een kip. Het zoveelste dotje heeft blijkbaar
voor zichzelf al lang toegekend geen talenten te hebben, en trakteert Jan Roos
op een lapdance.
Uiteraard wint ze hiermee de titel Buurmeisje
van het jaar 2013. Ze is door het dolle heen. In de groep overgebleven
Buurmeisjes die achter haar op het podium staan toe te kijken hoe de kleine
lapdancer er met de prijs van doorgaat, blijkt al snel wie de toffe dames zijn.
Een deel staat zichtbaar hun wrok te verbijten, terwijl bijvoorbeeld het
minidinomeisje alweer lekker staat te dansen met een air van
deze-avond-nemen-ze-me-niet-meer-af. De winnares vliegt haar moeder in de
armen, een vrouw van om en nabij de vijftig met een vieze vuile gebronsde
borstpartij die uit haar te kleine jurkje puilt. Trots duikt ze naast haar
dochter op elke foto die van de winnares gemaakt wordt, om het kiekje
definitief ongeschikt voor minderjarigen te maken. De zaal loopt langzaam leeg,
en ik ga naar het toilet om te pissen. Bij het aangrenzende urinoir staat Jan
Roos uit zijn lul te brullen. Hij legt me uit dat de emancipatie dit soort
avonden kapot heeft gemaakt: geen van de deelneemsters was bereid hem te pijpen
voor de winst.
Het pretentieuze Little Buddha loopt leeg op
een best wel christelijke tijd en de FHM-crew praat nog wat na. V. stelt haar
vent M. trots voor aan al haar collega’s. Wie ik dan ben? Ik leg uit dat ik
goed bevriend ben met het stel, M. al ken sinds de middelbare school, en tevens
in hetzelfde appartementencomplex woon. ‘Oh, dus jij bent eigenlijk de
Buurjongen van 2013?’ En zo is het maar net.


